Ahmadiyyat

Een Beweging voor de verspreiding en verdediging van de Islam

 

Thematoespraak tijdens de internationale

Lahore Ahmadiyya conventie in Indonesië, 24 september 2003

 

Door: hazrat amier prof. dr. Abdul Karim Saeed Pasha sahib,

amier en president van de Ahmadiyy Anjuman Ishaat-i Islam Lahore

Home

 

 

 

 

Vertaald door

R. Ghafoerkhan

 

Copyright:

Stichting Ahmadiyya Isha’at-i-Islam

 

 

“En laat er onder jullie een groep zijn die tot het goede nodigt en het rechte gebiedt en het slechte verbiedt. En deze zijn degenen die succesvol zijn.

En wees niet als degenen die verdeeld werden en het niet eens waren nadat duidelijke argumenten tot hen waren gekomen. En voor hen is een zware kastijding.” (Heilige Koran, 3:103-104)

 

De drie sleutelwoorden die in de titel zijn gebruikt, zijn Ahmadiyyat, verdediging en verspreiding. Ik zal in mijn toespraak een inleiding tot de Ahmadiyya Beweging geven en de rol belichten die zij gespeeld heeft in het verdedigen en verspreiden van de islam.

 

Als allereerste wil ik graag duidelijk maken dat de Ahmadiyyat geen nieuwe godsdienst is, noch een nieuwe sekte in de islam. Het is in feite de islam in zijn zuiverste en meest oorspronkelijke vorm. Zoals haar Stichter (Hazrat Mirza Ghulam Ahmad sahib van Qadian) heeft geschreven:

 

“Onze godsdienst is dezelfde islam. Het is niet nieuw. Er zijn dezelfde gebeden, hetzelfde vasten, dezelfde bedevaart en dezelfde zakaat. Maar het verschil is dat deze plichten nu alleen in een uiterlijke vorm worden verricht, zonder ware geest daarin. Wij willen daarin de geest van oprechtheid blazen. Wij willen dat deze plichten op zodanige wijze en manier worden verricht, dat ze effect sorteren.” (Speech op 12 juli 1907, weergegeven in Malfoezaat, vol. 9, p. 312.)

 

Ik wil graag in deze context uw aandacht richten op het feit dat we als moslims en als Ahmadi’s met overtuiging geloven dat Almachtige Allah door alle eeuwen heen profeten heeft gezonden voor de leiding van de mensheid. Met het Einde van het Profeetschap zal er geen profeet meer komen na de heilige profeet Mohammed (v.z.m.h.). Er zal echter steeds de noodzaak blijven bestaan om veranderingen te verwijderen die in de godsdienst zijn getreden als gevolg van foute interpretaties of het invoeren van verkeerde tradities in de islam, vooral die welke tegen zijn grondbeginselen en leringen zijn. De heilige profeet Mohammed (v.z.m.h.) voorspelde dit.

 

We geloven dat de persoon die door Allah gekozen was om aan de wereld het ware beeld van de islam te presenteren, om die te verdedigen tegen de aanvallen van propaganda, onjuiste voorstellingen en foute interpretaties; om het te wekken uit zijn sluimer en het opnieuw als een levende godsdienst te verspreiden, Mirza Ghulam Ahmad van Qadian was. Hij bracht geen enkele nieuwe godsdienst of nieuwe sekte in de islam. Dit blijkt uit het feit dat Mirza sahib geen eed afnam van zijn volgelingen, en zijn Beweging bezat voor ongeveer twaalf jaar nadat zij was opgericht geen naam. Tegen deze tijd waren vele mensen echter begonnen zijn volgelingen als “Mirzai’s” aan te duiden. Aangezien hij het niet wenste dat een moslimgroep met zijn persoonsnaam zou worden geassocieerd, gaf Hazrat Mirza sahib een verklaring uit en gaf daarin zijn Beweging de naam ‘moslims van de Ahmadiyya groep’. De gedachte achter deze naam was, zo legde hij uit, dat ‘Ahmad’ een van de twee namen van de Heilige Profeet was (de andere naam was Mohammed). De namen “Ahmad’ en ‘Mohammed’ symboliseerden respectievelijk de innerlijke en uiterlijke glorie van de islam. Het was daarom gepast dat aan de Beweging, die geloofde dat de missie van de islam in deze tijd bestond uit het tonen van zijn leringen door zachtmoedige prediking, de naam Ahmadiyya werd gegeven. Het stichten van een Djama’at [Beweging] voldeed ook aan de eis van de verzen van de Koran die ik aan het begin heb gereciteerd. De Ahmadiyya Beweging is de groep onder de moslims “die uitnodigt tot het goede en gebiedt wat recht is en het slechte verbiedt”.

 

De Ahmadiyyat is een geestelijke beweging die gelooft dat geestelijke ervaringen echte en feitelijke realiteiten zijn, en zij benadrukt de noodzaak van de mens om nader tot God te geraken. Toch is zij ook een rationele beweging, die de toets der rede gebruikt om het geloof te begrijpen, en accepteert geen blind geloof, noch verhalen van wonderen en bovennatuurlijke gebeurtenissen wanneer die geen grond noch doel hebben.

 

Het is een liberale beweging bij het interpreteren van islamitische leringen en wetten, maar zij ontleent haar liberale houding aan de Heilige Koran en de leringen van de profeet Mohammed (v.z.m.h.).

 

Ahmadi’s houden zich krachtig en volkomen aan de voorschriften van de Koran en de leringen van de profeet Mohammed (v.z.m.h.)

 

Het is hierin een moderne beweging, dat zij gelooft dat moslims al het goede dat de moderne wereld te bieden heeft moeten accepteren, en zich moeten aanpassen aan de nieuwe tijden en zich niet moeten terugtrekken in hun eigen besloten wereldje. Echter predikt zij ook zeer nadrukkelijk dat de moderne wereld niet kan overleven, behalve als zij de islamitische beginselen accepteert voor haar morele en geestelijke ontwikkeling.

 

Het is een tolerante beweging die gelooft dat de islam volledige vrijheid schenkt van denken, geloof, godsdienst en meningsuiting aan iedereen, zowel niet-moslims als moslims. Zij gelooft in het ontwikkelen van dialoog, begrip en samenwerking tussen moslims en niet-moslims en tussen moslims die tot verschillende sekten behoren. Tegelijkertijd doet de Beweging haar uiterste best anderen te overtuigen dat men de waarheid, in haar volmaakte vorm, alleen in de islam kan vinden, en dat de missie van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad de meest doeltreffende en geschikte manier is voor de vooruitgang van de islam in deze tijd.

                                                                                                                     

Na u een korte inleiding tot de Ahmadiyya Beweging te hebben gegeven, zal ik nu verder gaan met het tweede sleutelwoord dat ik heb gebruikt, en dat is verdediging. Ik heb dit woord gebruikt in de zin van beschermen, bewaren en veilig stellen. De vraag rijst, heeft de islam ooit gevaar te duchten gehad van een bepaalde macht, of was zijn bestaan in gevaar, zodat die bescherming nodig had? Indien dat zo was, heeft de Ahmadiyya Beweging dan enige rol gespeeld voor de verdediging ervan?

 

Om deze vraag te beantwoorden, neem ik u mee terug in te rijd tot omstreeks 1876, toen de Arya Samaadj, de Brahmo Samaadj en het christendom, de drie grote bewegingen in die tijd, de handen ineensloegen om de islam te vernietigen. In hun spoor lanceerden andere, kleinere machten van die tijd, zowel religieuze als politieke, met volle kracht een aanval op de islam.

 

De Arya Samaadj was een aftakking van de hindoes. Deze beweging was geformeerd om de islam weg te vagen, en overeenkomstig haar manifest liet zij een kwaadaardige propaganda los tegen de islam en de persoon van de heilige profeet Mohammed (v.z.m.h.). De wereld werd overspoeld met boeken, pamfletten en missionarissen onder instructie van Swami Dayanand, de stichter van de Arya Samaadj.

 

Dit was een tijd dat de moslims op de wereld in het algemeen en die van India in het bijzonder in een staat van grote beroering waren geraakt. De politieke situatie van de moslims had een recorddieptepunt bereikt. Alle moslimstaten vielen als dominostenen voor de vreemde bezettende machten. [De moslimheerschappij in India, Soedan en Egypte ging verloren aan de Britten; die van Tunesië, Algerije en Marokko ging verloren aan Frankrijk. Spanje had delen van Noord-Afrika bezet; Tripoli (Libië) was ingenomen door Italië; Zanzibar was verdeeld tussen de Duitsers en de Britten. Turkije was ingenomen door Rusland en Afghanistan werd gereduceerd tot een inheems prinselijk staat van India en bevond zich helemaal onder Britse invloed. Het Arabisch Schiereiland had geen leven meer in zich over. De nederlaag in India van Tipu Sultan, (1750-1799, moslimheerser van Mysore, India, die tegen de Britse heerschappij vocht in India) was de laatste nagel aan de doodkist van moslimse hoop.]

 

De religieuze situatie van de moslims was zelfs zwakker dan hun politieke, wat ze te danken hadden aan hun onwetendheid en onbekwaamheid om de uitdagingen van een veranderende wereld het hoofd te bieden. Aangezien ze niet in staat waren hun godsdienst op verstandelijke wijze te verdedigen, bleken ze een gemakkelijk prooi voor de geleerden en predikers van andere godsdiensten. Ze brachten valse beschuldigingen uit tegen de islam, de Heilige Profeet (v.z..m.h.) en de Heilige Koran. Uit louter frustratie omarmden miljoenen moslims andere godsdiensten. De wanhoop van de moslims was zo groot, dat vele dichters in hun gedichten begonnen te weeklagen over de hopeloosheid van de moslims. De meest beroemde moslimdichter uit die periode, Maulana Altaf Hussain Hali, beschreef zeer precies deze toestand van de moslims in een lang gedicht, getiteld “Moessadas-i Hali. Men kan de toestand van zijn wanhoop afleiden uit de allereerste verzen, waarin hij zegt:

 

“Als je wilt zien hoe naties vallen,

Kijk hoe een boom valt, die fier overeind stond.

 

Beschouw de islam in zijn dagen van ondergang,

Hij is onmachtig de verre stralen te zien.

 

Hij is ervan overtuigd dat er geen opkomst meer is,

Nadat de zon uit de hemel de ondergegaan.”

 

In een paar andere verzen, die ik voor u heb vertaald, gaat hij verder met te zeggen:

 

“Je kunt dit slapend volk vergelijken,

met een zinkend schip, in een diepe oceaan.

 

De kust is ver, de storm raast,

Degenen aan boord zien golven, hoog en steil.

 

Ze doen geen moeite hun schip te redden,

Want ze haten het uit kun slaap te worden gewekt.

 

Donkere wolken overschaduwen hen van alle kanten,

De toorn Gods daalt neer uit de hemel.

 

De dood nadert hen van al rondom,

De waarschuwingsroep komt naderbij.

 

‘Waarom zijn jullie de glorie van destijds vergeten,

Waarom deze sluimer, wanneer zullen jullie je ogen openen.’

 

Dit volk slaat geen acht,

Dit volk heeft zijn ondergang aanvaard.

 

Dit volk is tot de bodem gevallen,

Dit volk slaat geen acht op de roep.

 

Dit volk schaamt zich noch voor zijn verval,

Noch benijdt het degenen die nu fier overeind staan.”

 

De kruistochten die de christelijke missionarissen tegen de islam waren begonnen in die tijd, waren niet als de kruistochten van de middeleeuwen, die met wapens werden gevoerd. Deze werden met de pen gevoerd. Hun aanval was met vier tanden tegen de islam gericht:

 

Ten eerste was het gebaseerd op het uitbuiten van de verheven positie die aan Jezus werd toegeschreven door foute interpretaties van de Koran en de Hadies [Gezegdes van de heilige profeet Mohammed (v.z.m.m.h)] door de moslimse oelama [geestelijken]. Dit liet Jezus niet alleen superieur lijken aan de heilige profeet Mohammed (v.z.m.h.),  maar verschafte hem ook een vleugje goddelijkheid.

 

Ten tweede hoopten ze een berg van mythische en verzonnen gezegdes en verkeerde interpretaties op van de moslimse geestelijken van de allegorische verzen van de Koran.

 

Ten derde maakten ze gebruik van de bezwaren die de atheïsten en de materialisten uitten tegen de godsdienst in het algemeen, en de islam in het bijzonder.

 

Ten vierde publiceerden ze talrijke boeken, gebaseerd op verzinsels met betrekking tot de Profeet (v.z.m.h.). Er werden vele tekeningen verspreid om de islam te schande te maken, zoals waarop de Heilige Profeet te zien is die de zon aanbidt, en een andere die hem toont met de Koran in de ene hand en een zwaard in de andere.

 

De oelama’ van die tijd waren niet bekend met de Engelse taal, wetenschap en westerse filosofie, en waren dus niet in staat te reageren op de aantijgingen. Ze reageerden door fatwa’s of vonnissen van koefr [ketterij] uit te brengen tegen degenen die de islam uitdaagden. Zoals Maulana Hali zegt, en ik vertaal voor u zijn vers:

 

“Wanneer ze eenmaal de dag tot nacht verklaren,

Houden ze zich met al hun kracht daaraan vast,

Totdat iedereen instemt dat ze gelijk hebben.”

 

Dit was dus de situatie toen Hazrat Mirza Ghulam Ahmad van Qadian claimde de Moedjaddied [Hervormer in de islam] te zijn en opstond om de islam te verdedigen. Hij schreef drieëntachtig boeken om het ware gezicht van de islam aan de wereld te tonen. Het eerste en meest beroemde van deze boeken, Barahien Ahmadiyya, werd in 1884 uitgegeven. In dit werk werd de waarheid van de leringen van de islam via sterke argumenten bewezen, en werden de bezwaren tegen de islam van de Arya Samaadj, de Brahmo Samaadj en de christenen op krachtige wijze weerlegd. Dit boek werd alom geprezen en Mirza sahib werd uitgeroepen tot verdediger van de islam. Zo schreef bijvoorbeeld, na zijn boek gelezen te hebben, Maulvi Muhammad Hussain Batalvi, een topgeleerde en een leider van de Ahl-i Hadies groep van de Punjab, de volgende recensie:

 

“Naar onze mening is dit boek, op dit moment en in het licht van de huidige omstandigheden, van dien aard dat het gelijke ervan tot nu toe nog niet is verschenen in de islam, terwijl men over de toekomst niets kan zegen. Ook de auteur ervan is zo constant geweest in zijn dienst van de islam, met zijn geld, leven, pen en tong en persoonlijke ervaringen, dat men zeer weinig voorbeelden kan aantreffen bij de moslims. Indien iemand onze woorden opvat als een Aziatische overdrijving, laat hem dan tenminste één boek aan ons tonen dat zo krachtig strijdt tegen alle tegenstanders van de islam, vooral de Arya en de Brahamo Samaadj, en laat hem twee of drie personen noemen die de islam hebben gesteund, niet alleen met hun rijkdom, leven, pen en tong, maar ook door persoonlijke geestelijke ervaringen, en die stoutmoedig de uitdaging geworpen hebben naar alle tegenstanders van de islam en de ontkenners van de Goddelijke openbaring, dat wie de waarheid van Gods spreken tot de mens betwijfelt, laat hem komen en zelf observeren, en zo de andere godsdiensten van deze ervaring hebben laten proeven.”

(Iesja’at as-Soenna, vol. 7, no.6, p. 169-170)

 

Alle boeken die daarna volgden stonden vol met onweerlegbare argumenten ten gunste van de islam, en bevatten ook antwoorden op de vragen en bezwaren die de tegenstanders van de islam naar voren brachten. Hij gaf lezingen, ging debatten aan en schreef en publiceerde duizenden pagina’s ter ondersteuning van de islam. Hij had de vaste overtuiging dat de Koran niet afhankelijk is van de rede van wie ook, maar dat die een eigen rede in zichzelf bevat. Daarom verklaarde hij dat de redeneringen die hij presenteerde, niets anders waren dan de redeneringen en argumenten van de Heilige Koran. Elke filosofie die in overeenstemming is met de Koranische filosofie is waar, en elke filosofie die in strijd is met de Koranische filosofie is onjuist, of het nu de filosofie van Aristoteles of Plato is, of de filosofie van Europa of Amerika.

 

Hij was zeer succesvol in het vervullen van zijn heilige missie binnen een periode van minder dan dertig jaar. Nu hadden de moslims waardevolle literatuur en degelijke argumenten in handen van de Hervormer en Verdediger van de islam, Mirza Ghulam Ahmad van Qadian. Dit bracht een ommekeer teweeg in de situatie, en de moslims begonnen niet alleen terug te keren tot hun godsdienst, maar begonnen ook mensen daartoe te bekeren.

 

Na licht geschenen te hebben op hoe de Ahmadiyya Djama’at de islam heeft verdedigd, kom ik nu aan bij het derde sleutelwoord van mij speech en dat is verspreiding. Ik heb dit woord gebruikt in de zin van propagatie, toename in aantal en het opnieuw presenteren in zijn ware schoonheid en pracht.

 

Na succes te hebben gehad in India, richtte hij zijn aandacht op het brengen van de boodschap van de islam naar de andere landen van de wereld, vooral naar het Westen. Hij was ervan overtuigd dat de zon van de islam in het Westen zou opkomen, zoals voorspeld was door de heilige profeet Mohammed (v.z.m.h.).

 

Geboren, getogen en onderwezen in een klein dorp, Qadian, in de Punjab, India, had hij geen formeel onderwijs genoten in het Engels en had hij geen beschikking over moderne filosofieboeken.

 

Hij verkeerde in gemeenschap met Allah en was door Hem gekozen om de godsdienst te verdedigen en de moslims te hervormen en hen te verdedigen tegen de zware aanvallen tegen hun godsdienst. Zoals hij schreef:

 

“God heeft mijn hart verlicht met Zijn licht en Hij spreekt tegen me en heeft me uitgekozen, zodat ik op grond van mijn eigen waarneming en ervaring tot de wereld verkondig dat God bestaat en dat Hij een Levende God is. Zelfs heden ten dage openbaart Hij Zich aan Zijn gekozen dienaren en verhoort hun gebeden en communiceert met hen.”

 

De Lahore Ahmadiyya Anjuman ondernam deze djihaad [religieuze inspanning] van het verspreiden en verdedigen van de islam. Zijn bekwame discipelen als Hazrat Maulana Nur ud-Din, Hazrat Maulana Muhammad Ali, Chawadja Kamal ud-Din, Maulana Sadr ud-Din, Mirza Wali Ahmad Baig, en vele andere eerbiedwaardige en met kennis onderlegde leden van de Ahmadiyya Djama’at vervulden zijn overtuiging en oefenden de djihaad uit om de islam te propagerem.

 

Men hoort vandaag de dag veel of over djihaad en militante islamitische partijen in moslimlanden en elders, die de gelovigen oproepen deze lering van de islam in praktijk te brengen teneinde "door de mens gemaakte" of "satanische" overheidssystemen omver te werpen en deze te vervangen door wat wordt genoemd een islamitisch heerschappij en overheid. Wat het publiek minder in het oog heeft, is de djihaad waarmee de Ahmadiyya Beweging gedurende de twintigste eeuw is verwikkeld, die van een vreedzame verspreiding van kennis van de islam op de wereld en het streven zijn waarheid te bewijzen, in het bijzonder in de Westerse landen. Het strijdveld van deze djihaad beslaat geen enig gebied op aarde, maar beslaat de harten en gedachten van de mensen, en de wapens waarmee wordt gestreden zijn geen geweren en bommen, maar argumenten en bewijzen. Deze vorm van djihaad is niet louter een metaforische of secundaire interpretatie van deze bekende islamitische lering, maar het is in feite de werkelijke, de duurzame en de grootste vorm van djihaad. De herhaalde aansporingen van de Heilige Koran tot de gelovigen zich in te spannen (djihaad verrichten) met hun levens en bezittingen, zijn alle van toepassing op de djihaad van de vreedzame verspreiding van de islam, net zozeer ze van toepassing waren op de gevechten die de moslims moesten leveren ter zelfverdediging gedurende het leven van de heilige profeet Mohammed (v.z.m.h.).

 

Wanneer niet-moslims gelijk moslims in de hedendaagse materialistische maatschappij van mening zijn dat succes alleen bereikt kan worden door middel van politieke, militaire of een bepaalde andere wereldse vorm van macht, hoe kan men het geloof hebben dat de islam, van alle godsdiensten en ideologieën, zich over de wereld zal verspreiden zonder de ruggesteun en hulp van een bepaalde macht of staat? Dit is de vraag die we nu onderzoeken.

 

Deze taak werd uitgevoerd via het beleid van het vertalen van de Heilige Koran in verschillende talen, waaronder het Engels, Oerdoe, Frans, Duits, Spaans, Nederlands, Russisch en Indonesisch. De vertaling in verschillende andere talen is op dit moment in uitvoering. De Djama’at heeft ook een schat aan literatuur geproduceerd, die duizenden mensen, op zoek naar de waarheid, heeft aangetrokken tot de schoot van de islam. Daarnaast zijn er missiecentra en moskeeën in verschillende landen op de wereld opgericht.

 

De Djama’at heeft gelijke tred gehouden met vernieuwingen en maakt ten volle gebruik van elektronische media. De Djama’at en haar afdelingen beheren verschillende websites in vele internationale talen om toegang te verschaffen aan gebruikers over de hele wereld. De meeste van onze literatuur is nu on-line beschikbaar.

 

In mijn toespraak van vandaag tot u heb ik u informatie gegeven over de Ahmadiyya Djama’at en licht geworpen op haar rol in de verdediging en verspreiding van de islam. Ik heb u ook verteld hoe Hazrat Mirza Ghulam Ahmad de islam zijn kracht en identiteit teruggaf en het tot een godsdienst van een globaal dorp maakte, zoals hij dit zich had voorgesteld voor de toekomst.

 

Ik wil graag afsluiten met mezelf een vraag te stellen en die te proberen te beantwoorden. De vraag is, ‘Waarom wordt een man verworpen, die de islam verdedigde toen het doodskwellingen doorstond en die het als de godsdienst van vrede presenteerde?’.

 

Als ik in de korte tijd die me ter beschikking staat één reden zou moeten uitkiezen, dan is het slechts de aanspraak van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad sahib dat de Beloofde Messias en de Mahdi vanuit de moslimoemma (gemeenschap) zouden worden opgewekt. En hun missie zou de verspreiding van de islam zijn door kennis, rede, argumenten en spiritualiteit. De enige weg die hiervoor open zou zijn, was de pen en het persoonlijk voorbeeld van een belijdend moslim. Dit stelde moslims teleur, bij wie de verkeerde gedachte leefde dat de missie van de Beloofde Messias en de Mahdi het bekeren van ongelovigen was door het punt van het zwaard en het vestigen van een islamitische staat, en wekte afkeer bij hen op. Deze foutieve gedachte was de voornaamste reden waarom de moslims op grote schaal geen voordeel zagen in het aanvaarden van een Messias en een Mahdi, die niet gingen vechten om een koninkrijk voor hen te veroveren. De Beloofde Messias onderging dus hetzelfde lot als de Messias die was gekruisigd, omdat hij de joden niet het Koninkrijk Gods kon geven in de zin zoals zij het begrepen.

 

Laten we samen bidden voor de vooruitgang en succes van de islam en de verspreiding van zijn leringen in hun ware vorm en geest zoals de hervormer van deze tijd zich had voorgesteld. Amien!