AL-FATIHAH
OPENINGSHOOFDSTUK VAN DE HEILIGE KORAN

Maulana Muhammad Ali
 
 
  Terug naar Hoofdmenu
Naar verzen Al Fatihah
 
 

Afkortingen:

AH=Bahr al Muhit (Commentaar), door Imaam Athir al-Din Abu 'Abd Allah Abu Hayyan al-Andalusi
LL=Arabic English Lexicon door Edward William Lane
MSh=Mishkat al-Masabih (Hadies), door Shaikh Wali al-Din Muhammad 'Abd Allah
R=Al Mufradat fi Gharib al-Quran (Woordenboek van de Koran), door Shaikh Abu-l Qasim Al Husain al Raghib al Isfahani
Tr=Al-Jami' (Hadies), door Abu 'Isa Muhammad ibn 'Isa Tirmidhi


Inleiding

De Fatihah ofwel de Opening staat bekend onder diverse andere namen. In de Koran zelf (15:87), wordt gesproken van de Zeven Vaak-herhaalde Verzen, omdat haar zeven verzen constant door iedere Moslim in zijn gebeden herhaald worden. In een gezegde van de Heilige Profeet wordt gesproken van de Fatihat al-Kitaab ofwel de Opening van het Boek. Hier wordt gezegd: "geen gebed is compleet zonder het reciteren van Fatihat al-Kitaab" (B. 10:95). Daarom wordt het ook wel Soerat al-Salaat, d.i. het Gebedenhoofdstuk, genoemd, omdat het essentieel is voor elk gebed, of dat nu tijdens een bijeenkomst is of privé. Het w ordt ook Soerat al-Doe'a genoemd, d.i. het Smeekbede-hoofdstuk, omdat het hele hoofdstuk een smeekbede of een gebed is tot de Grote Meester. Het staat ook bekend als Oemm al-Kitaab, d.i. de basis van het Boek, omdat het als het ware de gehele Koran in een notendop in zich herbergt. Enkele van de andere namen die aan dit hoofdstuk zijn gegeven zijn de Verering, de Dankzegging, het Grondbeginsel, de Schat, het Geheel, de Toereikendheid, de Genezer en de Genezing.

Al-Fatihah bevat zeven verzen in één enkele paragraaf, geopenbaard in Makkah, en het is zonder enige twijfel één van de vroegste openbaringen. Het is een feit dat de Fatihah een essentieel deel vormt van de Moslim gebeden vanaf de vroegste dagen toen gebed verplicht werd gesteld, en er zijn veel bewijzen dat dit heel snel na de Roeping van de Profeet gebeurde. Niet alleen wordt er naar dit feit verwezen in de vroegste openbaringen, zoals het 73ste hoofdstuk, maar er zijn ook andere historische gebeurtenissen die aantonen dat het gebed door de vroegste Moslim-bekeerlingen in acht werd genomen.

Het hoofdstuk heeft als kop de woorden Bismillaah al-Ramaan al-Rahiem, wat ook bovenaan elk van de 113 andere hoofdstukken van de Heilige Koran staat, met één uitzondering, het negende hoofdstuk, terwijl dezelfde zin eenmaal midden in een hoofdstuk voorkomt, namelijk in 27:30, zodat hij 114 keer voorkomt in de Heilige Koran. De zinsnede heeft verder zo'n wijdverspreid gebruik gekregen onder de Moslims dat het het eerste is wat een Moslim kind leert, en bij de dagelijkse gang van zaken is de Bismillaah het eerste woord dat een Moslim uit.

De Bismillaah is de kern van het hoofdstuk Fatihah, op dezelfde manier als dat weer de kern is van de Koran zelf. Door iedere belangrijke gebeurtenis te beginnen met de Bismillaah, laat de Moslim tijdens zijn dagelijkse bezigheden in feite zien dat het een juiste houding van de menselijke geest is ten opzichte van de Grote Geest van het universum, om altijd steun moet zoeken bij de Machtige Die de Bron is van alle kracht; en aldus komt Vertrouwen in God tot uitdrukking in het dagelijks leven van een Moslim op een manier die nergens anders in de geschiedenis van religie wordt benaderd.

De Fatihah is als gebed van speciaal belang. Haar vaak herhaalde zeven verzen vormen minstens tweeëndertig keer per dag het gebed voor leiding van elke Moslim, en het heeft voor hem daarom een grotere betekenis dan het Onze Vader voor een Christen. Er is nog een ander verschil. De Christen is geleerd te bidden voor de komst van het koninkrijk van God, terwijl de Moslim is geleerd te streven naar een plaats in dat koninkrijk, dat al gekomen is, wat zonder twijfel een aanwijzing is dat de komst van de Profeet in werkelijkheid de komst van het koninkrijk van God was, de nadering waarover Jezus predikte tot zijn volgelingen (Marcus 1:15). Het gebed wat in dit hoofdstuk zit vervat is het meest sublieme gebed van alle gebeden die in welke religie dan ook bestaan, en neemt de eerste plaats in onder alle gebeden die in de Koran zelf zijn opgenomen. Er is veel lof naar uitgegaan, zelfs van de grootste lasteraars van de Heilige Koran. Het hele hoofdstuk is sam engesteld uit zeven verzen, waarvan de eerste drie spreken van de vier belangrijkste Goddelijke eigenschappen, nl. voorzienigheid, weldadigheid, genade en vergelding, en zo uitdrukking geven aan de grootheid en glorie van het Goddelijke Wezen. De laatste drie verzen leggen voor de Grote Maker de eerlijke wens van een menselijk ziel bloot om een rechtschapen weg te bewandelen zonder naar één van beide zijden af te dwalen. Het middelste vers geeft uitdrukking aan de volledige afhankelijkheid van de mens van Allah. De eigenschappen waar naar verwezen wordt zijn diegene die Allah's alomvattende weldadigheid en zorg onthullen, Zijn ongebreidelde liefde voor al Zijn schepsels, en het ideaal waartoe de ziel gemaakt is te streven, het hoogste waartoe een mens kan stijgen, d e rechtschapen weg, de deugdzame weg, en de weg waarop er geen struikelen is. Zo wordt aan de ene kant het kortzichtige idee verworpen dat het Goddelijke Wezen slechts de Heer van een bepaald volk zou zijn do or de vermelding v an Zijn gelijke voorzienigheid en gelijke liefde voor alle mensen, nee voor alle schepsels ter wereld. Aan de andere kant wordt de ziel aangezet te streven naar de grote geestelijke hoogte waartoe diegenen stegen voor wie Allah genadig was, de profeten, de oprechten, de trouwen en de rechtschapenen (4:69). Men zou tevergeefs de pagina's van heilige boeken omslaan op zoek naar iets dat de grootse en verheven ideeën benadert die in dit hoofdstuk van de Heilige Koran staan.

Zoals ik al gezegd heb, is de Fatihah de kern van de hele Koran. De Koran is namelijk een boek dat de glorie van Allah verkondigt en dat de mens de juiste weg wijst, en deze beide thema's komen volledig tot uitdrukking in de Fatihah. De fundamentele principes van trouw, de belangrijkste eigenschappen van het Goddelijke Wezen, die de basis vormen voor alle andere eigenschappen, de relatie die er tussen de mens en zijn Schepper hoort te bestaan, zijn allemaal in essentie aanwezig in de zeven korte zinnen waaruit dit schitterende hoofdstuk bestaat. En als kroon op het geheel opent dit hoofdstuk met de breedst mogelijke opvatting van de heerschappij van het Goddelijke Wezen en de broederschap van de mensheid, nee de eenheid van alle schepsels, want de eenheid van de schepping volgt noodzakelijkerwijs de eenheid van de Schepper.


Transcriptie en Nederlandse vertaling
van de Arabische tekst van soera al-Fatihah

Hoofdstuk 1 AL FATIHAH
(DE OPENING)
Geopenbaard te Mekka

 

Bismillahir Rahmanir Rahiem

 

In1 naam van Allah2, de Weldadige, de Genadige3

 

1

Alhamdoe lillahi Rabbil 'alamien.

Geprezen zij Allah, de Heer4 der werelden5,

1

2

Ar Rahmanir Rahiem.

De Weldadige, de Genadige.

2 

3

Maaliki jaumid dien

Meester6 van de dag der Vergelding7.

3 

4

Iyyaka na'boedoe wa iyyaka nasta'ien.

U dienen wij en U smeken wij om hulp8.

4 

5

Ihdinas siratal moestaqiem

Leid ons op9 het juiste pad,

5 

6

Siratal laziena an'amta 'alaihim.

Het pad van hen aan wie U gunsten10heeft geschonken,

6 

7

Ghairil maghdoebi 'alaihim walad daallien.

Niet van hen op wie toorn is neergedaald, noch van hen die dwalen11.

7 

         


Naar boven

Uitleg in de vorm van voetnoten

Voetnoot 1
Terug verzen Al Fatihah

Ik houd me aan de gebruikelijke vertaling van het partikel ba, maar ik moet de lezer waarschuwen dat de betekenis van dit partikel in het Arabisch anders is dan de betekenis van het woord in in de gelijksoortige zinsnede in de naam van God. In het laatste geval betekent in, ter wille van, terwijl het Arabische ba, door betekent, of door middel van, of, om nog preciezer te zijn, met hulp van. De zinsnede is in feite gelijk aan: Ik zoek de hulp van Allah, de Weldadige, de Genadige (AH). Vandaar dat een Moslim iedere belangrijke aangelegenheid dient te beginnen met Bismillaah.


Voetnoot 2
Terug verzen Al Fatihah

Volgens de meest geaccepteerde meningen betreffende het woord Allah, is het een toepasselijke naam, gebruikt voor het Wezen dat noodzakelijkerwijs uit Zichzelf bestaat en alle eigenschappen van perfectie omvat (T-LL), het 'Al' onscheidbaar verbonden en niet afgeleid (MSh-LL). Al-ilah is een ander woord, en Allah is dus geen samentrekking van al-ilah. Het woord Allah is op geen enkel wezen van toepassing behalve op de enige ware God en omvat alle voortreffelijke namen, bovendien hebben de Arabieren de naam Allah nooit gebruikt voor een van hun vele afgoden. Vandaar dat ik, aangezien het de juiste naam voor het Goddelijke Wezen is en er geen equivalent bestaat in enige andere taal, in deze vertaling gekozen heb voor het originele woord.


Voetnoot 3
Terug verzen Al Fatihah

Rahmaan en Rahiem zijn beiden afgeleid van rahmat, wat zoveel betekent als tederheid waarbij de uitoefening van barmhartigheid vereist is (R), en omvatten dus de begrippen liefde en genade. Al-Rahmaan en al-Rahiem zijn allebei actieve zelfstandige deelwoorden uit verschillende klassen die de intensiviteit van de betekenis aangeven. De eerste, al-Rahmaan, komt uit de klasse van fa'lan en legt een zo groot mogelijk gewicht op de kwaliteit van genade, terwijl de tweede, al-Rahiem, uit de klasse van fa'iel afkomstig is en uitdrukking geeft aan een constante herhaling en manifestatie van deze eigenschap (AH). De Profeet heeft gezegd: "Al-Rahmaan is de Barmhartige God Wiens liefde en genade tot uitdrukking komen in de creatie van deze wereld, en al-Rahiem is de Genadige God Wiens liefde en genade tot uitdrukking komen in de toestand die daarna komt" (AH), met andere w oorden, in de gevolgen van de daden van de mens. Al-Rahmaan staat dus voor een uiterste graad van liefde en edelmoedigheid, terwijl al-Rahiem staat voor ongelimiteerde en constante genade. Lexicologen zijn het eens over de stelling dat de eerste, als onderwerp, zowel gelovigen als ongelovigen omvat, waar de tweede specifiek aan gelovigen is gerelateerd (LL). Omdat het concept van 'goed doen' hier overheerst heb ik al-Rahmaan vertaald als de Weldadige, ik moet echter toegeven dat een goed equivalent voor al-Rahmaan eigenlijk ontbreekt in de Nederlandse taal.


Voetnoot 4
Terug verzen Al Fatihah

Het Arabische woord Rabb omvat niet alleen het concept achter de woorden koesteren, grootbrengen of voeden, maar ook die van ordenen, vervolmaken en bereiken (T-LL), met andere woorden: van de evolutie van dingen van de meest elementaire staat naar die van de hoogste perfectie. Volgens R betekent Rabb: het op dergelijke wijze koesteren van iets dat het van de ene toestand in de andere komt tot het zijn doel van volmaaktheid bereikt. Rabb is dus de Schepper van alle bestaan, Die niet alleen de gehele schepping van voedingsmiddelen heeft voorzien, maar Die ook, van tevoren, voor ieder afzonderlijk de grenzen van mogelijkheden heeft bepaald en binnen die grenzen de middelen verschaft waarmee geleidelijk het uiteindelijke doel van perfectie kan worden bereikt. Door gebruik van het woord Rabb verwijst de Heilige Koran dus kort naar de wet van de evolutie die in het heelal geldt. Er bestaat in h et Nederlands geen enkel woord dat de betekenis van Rabb in zich draagt S Voeder tot volmaaktheid zou in de buurt komen; tot nu toe is kortheidshalve echter gekozen voor het woord Heer. Wat betreft de mens omvat Rabb zowel de fysieke als de geestelijke kant van de ontwikkeling, daar Zijn Woord de geestelijke voedingsbodem is die de mens vervolmaakt.


Voetnoot 5
Terug verzen Al Fatihah

Het woord hier vertaald met werelden is 'alamien, wat het meervoud is van 'alam (van de wortel 'ilm, weten), wat letterlijk betekent datgene door middel waarvan men iets weet en dus verwijst naar de wereld of creatie omdat men hierdoor de Schepper kent. In meer beperkte zin wordt het woord gebruikt voor iedere mogelijke klasse of groep van geschapen wezens of van de mensheid (LL). Vandaar dat 'alamien in 2:47 en elders is vertaald als "naties". Het allesomvattende in de Goddelijkheid van Allah in de allereerste woorden van de Koran is zeer in overeenstemming met het kosmopolitisch karakter van de religie van de Islam, die een erkenning van de waarheid van profeten van alle naties vereist.


Voetnoot 6
Terug verzen Al Fatihah

Nederlandse vertalingen hebben tot nu toe het woord Koning gebruikt als vertaling voor het woord Maalik, wat niet juist is. Maalik en malik zijn twee verschillende woorden van de zelfde stam, de eerste betekent meester en het tweede koning. Volgens de regels van het vormen van afleidingen in het Arabisch, geeft een extra letter (zoals de alief in Maalik) de betekenis een grotere intensiteit (AH), en dus is een meester meer dan een koning. Het gebruik van het woord maalik of meester geeft aan dat Allah niet schuldig is aan ongerechtigheid wanneer Hij zijn dienaars vergeeft, omdat hij niet slechts een koning of rechter is, maar, meer op zijn plaats, een Meester.


Voetnoot 7
Terug verzen Al Fatihah

Het woord jaum wordt in de Heilige Koran gebruikt voor iedere willekeurige tijdsspanne, van een moment (55:29) tot vijftigduizend jaar (70:4), en kan daarom een oneindig kleine of een oneindig grote tijdsduur impliceren. Volgens LL betekent jaum een tijd, zij het dag of nacht, absoluut tijd, zij het nacht of niet, kort of niet; ook betekent het een dag, zijnde de periode van zonsopkomst tot haar ondergang. Volgens R, betekent het woord jaum een bepaalde tijdsspanne, hoe groot dan ook, en dit is de juiste betekenis. Aangezien er in de Koran vele aanwijzingen zijn dat de Goddelijke Wet der Vergelding ieder moment in werking is, en er niets is om het idee te ondersteunen dat deze Wet niet eerder vóór een bepaalde dag in werking zal treden, geldt voor de wet der vergelding, waarin dit vers naar verwezen wordt, dat het een wet is die continu in werking is en die zich in volle omvang zal manifes teren op de Dag des Oordeels. Meester van de dag der Vergelding betekent dus in feite Meester van de wet der vergelding, aangezien deze wet elk moment in werking is.

Het woord dien betekent zowel Vergelding als godsdienst, daar het is afgeleid van daana, hij beloonde, beoordeelde, gehoorzaamde (LL). Door God als Meester van de dag der Vergelding te beschrijven, benadrukt de Heilige Koran aan de ene kant het feit dat de Goddelijke wet van de vergelding der daden geldig is op ieder moment, en laat dus de mensheid de verantwoordelijkheid voor haar daden voelen. Aan de andere kant brengt de Koran zo de eigenschap van vergeving in de Goddelijke natuur naar de voorgrond. Hierdoor is de wet der vergelding niet een onwrikbare natuurwet, maar is het het handelen van een Meester Die, zoals reeds eerder besproken, in essentie vergevensgezind is. Door te spreken over de wet der vergelding na de twee grootse hoedanigheden weldadige en genadige wil de Koran laten zien dat de vergelding, als Goddelijk hoedanigheid, net zo essentieel is om de mensheid te vervolmaken, als weldadigheid en genadigheid dat zijn.

Weldadigheid geldt de gehele mensheid, genade alleen diegenen die de Waarheid accepteren, en door middel van de vergelding worden zij die de Waarheid niet willen accepteren, vervolmaakt. Hun straf neemt soms de vorm aan van zorg en verdriet in dit leven, maar zal in zijn ware gedaante naar buiten treden op de dag des Oordeels. Zowel de pijnigingen in dit leven en de Hel van het Hiernamaals zijn eigenlijk helende maatregelen om spirituele ziekten uit te bannen, en het geestelijke leven van de mens te doen ontwaken.

Verder moet worden opgemerkt dat het ook van God gezegd kan worden dat Hij de Meester van de dag der Religie is. Dit wil zeggen dat het geestelijk ontwaken geleidelijk in deze wereld tot stand zal komen, zodat uiteindelijk een meerderheid van de mensen de waarheid van religie zal herkennen. De wet van de evolutie geldt in feite het geestelijke zowel als al het lichamelijke binnen deze grootse schepping.


Voetnoot 8
Terug verzen Al Fatihah

De eerste drie verzen van deze soera spreken van de grootsheid van God en de laatste drie van het verlangen van de menselijke geest om geestelijke verhevenheid te bereiken. Dit vers, het middelste, spreekt over de verhouding tussen de menselijke geest en de Goddelijke Geest. Hier wordt de weg aangeduid waarlangs de mens werkelijke verhevenheid kan bereiken. Dat kan door middel van 'ibadat tegenover God wat zoveel betekent als gehoorzaamheid (ta'at) gecombineerd met absolute nederigheid (goedoe') (R), en door middel van isti'anat, of te wel het zoeken naar hulp ('aun) van God. De filosofie achter 'ibadat (dienen of aan bidden) in de Islam geeft niet slechts uitdrukking aan de glorie van God, maar omvat ook de absorptie van een Goddelijke moraal, en de ervaring van hun uitwerking in het nederig dienen van God; vandaar het gebed voor Goddelijke hulp.


Voetnoot 9
Terug verzen Al Fatihah

Hidayat (leiding) betekent niet alleen het wijzen van de weg maar ook iemand op het rechte pad leiden tot het doel is bereikt. Deze laatste betekenis is hier van belang. Door middel van Goddelijke hulp hoopt de mens het rechte pad gewezen te krijgen tot hij zijn doel van volmaaktheid heeft bereikt. En inderdaad kent de mens een behoefte aan leiding en licht van God in zijn dagelijkse beslommeringen en leert daarom in de juiste richting naar het licht te zoeken, het licht van God. Maar hij heeft dit licht in veel sterkere mate nodig voor het bereiken van het geestelijke doel. Wat dat doel is wordt vermeld in het volgende vers.


Voetnoot 10
Terug verzen Al Fatihah

Diegenen aan wie gunsten zijn geschonken zijn volgens 'Abd Allah ibn 'Abbas (Metgezel van de Heilige Profeet) de vier groepen genoemd in 4:69, nl. de profeten, de oprechten, de gelovigen en de rechtschapenen (AH). Het is in de voetstappen van deze geestelijke leiders van de wereld waarin de Moslim hoopt te volgen. De belangrijkste doelstelling in zijn leven bestaat dus niet alleen uit het streven naar persoonlijke geestelijke volmaaktheid, maar ook uit het streven naar de geestelijke vervolmaking van anderen, al moet hij dit met zijn leven bekopen. Hij bidt dus ook voor de Goddelijke gunsten die werden verleend aan de rechtschapenen bij het uitroeien van het kwaad en het teweegbrengen van goed in de wereld. Het maakt ook duidelijk dat het volgens de Heilige Koran mogelijk is dat de gunsten die werden verleend aan de profeten S waaronder de gift van Goddelijke openbaringen S nog steeds kunnen worden verleend aan de rechtschapenen die de juiste weg volge n. Met moet echter bedenken dat het profetendom en openbaringen twee verschillende dingen zijn. De gift van openbaring is namelijk, volgens de duidelijke leerstellingen van de Heilige Koran, ook aan anderen dan alleen de profeten verleend, zoals bijvoorbeeld aan de moeder van Mozes (20:38) en aan de discipelen van Jezus (5:111). De gift van openbaring of het worden toegesproken door God wordt, volgens de meest authentieke hadies, verleend aan de rechtschapenen onder de volgelingen van de Heilige Profeet S onder hen zullen mensen zijn die door God worden toegesproken maar die geen profeten zijn (B. 62:6).


Voetnoot 11
Terug verzen Al Fatihah

Moslims worden hier gewaarschuwd dat zij, zelfs na het ontvangen van Goddelijke gunsten, nog in Goddelijke ongenade kunnen vallen, en van het pad af kunnen dwalen dat leidt naar het doel van volmaaktheid, en dit is waar het gebed in vers 7 op doelt. De Heilige Koran spreekt over de Joden als zijnde gevallen in Goddelijke ongenade (2:61,90; 3:111; 5:60) en over de Christenen als zijnde afgedwaald (5:77), en van de Profeet is opgetekend dat Hij heeft gezegd: "Zij over wie toorn is neergedaald zijn de Joden, zij die dwalen zijn de Christenen" (Tr. 44:2). Natuurlijk zijn deze woorden slechts verklarend en zijn zij niet bedoeld om de betekenis van de oorspronkelijke woorden te beperken. De Joden zijn een voorbeeld van een volk dat faalt in het rechtvaardig handelen, daar zij leven in de geest van de doctrine maar de doctrine zelf tegenhouden. De Christenen vormen een voorbeeld van een groep mensen die de doctrine zelf corrumperen. Beiden vormen een voorbeeld van de valkuilen van een volk aan wie de juiste weg gewezen is. Nogmaals, de Joden en de Christenen verschaffen een voorbeeld van de twee uitersten, de Joden door Jezus, een profeet van God, als een leugenaar af te doen, en door hun uiterste best te doen om hem te vernietigen, en de Christenen door een sterfelijke profeet te verheffen tot de waardigheid van een Godheid. De Moslims wordt zo een gebed geleerd dat ze noch mogen falen in het doen van goede daden terwijl ze naar de letter van de wet leven, noch de doctrine mogen corrumperen, en dat hen op het rechte pad moet houden, waarbij zij uitersten vermijden.

 
 
{short description of image}


 
   
Terug naar Hoofdmenu Naar boven