Moslim heiligen en soefies in India

 
  Maulana Hafiz Sher Muhammad
  Terug naar Hoofdmenu
 
 

Een van de verwijten aan het adres van Mirza Ghulam Ahmad is, dat hij zichzelf tot Profeet heeft geproclameerd. Geen enkele rechtgeaarde moslim, die de fundamentele principes van de islam kent en onderschrijft, kan een dergelijke claim leggen of erkennen.
Feit is evenwel dat vele gerenommeerde heiligen in de geschiedenis van de islam zich in allerlei opzichten hebben vergeleken met profeten en in het bijzonder met de heilige profeet Mohammed, vrede en zegeningen van Allah zij met hem, die inderdaad de laatste der profeten is.
Dat wil echter geenszins zeggen dat zulke lieden zichzelf de rol toedichten een Profeet te willen zijn in de reeële zin van het woord.


Inleiding

Zij die eerlijk en oprecht zijn tegenover God zouden eens moeten nagaan wat de heersende geestelijke gedachte en achtergrond waren in de omgeving waarin Hazrat Mirza Ghulam Ahmad, de stichter van de Ahmadiyya beweging in de islam, verscheen. Die omgeving bestond uit de steden van de Punjab en in het algemeen het hele Indische subcontinent, waar thans slechts herinneringen aan de soefie heiligen en geleerden zijn overgebleven. Deze steden waren Ajmer, Sirhind, Sialkot, Lahore, Pak Patan, Sultan, Bahu, Tonsa, Chanchar, Delhi, Deoband, Thana Bhoon, Gangoh, Bareli, etc.

Indien de tegenstanders van de Ahmadiyya beweging de uitspraken en de geschriften van deze heiligen nader zouden bekijken, zouden ze geen bezwaren opperen tegen Hazrat Mirza's gedachten over de schone waarheden van de tasawwoef en de tariqat (het geestelijke in de islam). Bij bestudering van de openbaringen en geschriften van Hazrat Mirza tegen de achtergrond van de gedachten van deze eminente heiligen zou men niet alleen de ingewikkelde principes en voorwaarden van de tariqah kunnen begrijpen, maar men zou tegelijk overtuigd raken van de grootheid van Hazrat Mirza en men zou hem ongetwijfeld plaatsen in de rij van de beroemdste ouderlingen van de islam.


UITSPRAKEN VAN HEILIGEN

Khwaja Mo'in-ud Din Chisty van Ajmer (overl. in 1236)

Hij was de moedjaddid van zijn tijd, een heilige die de basis legde voor de propagering van de islam in India. Hij schreef onder meer:

1. "De Heilige Geest (Engel Gabriël) is altijd in Mu'in, Daarom ben ik het niet zelf die dit zegt, in feite ben ik de tweede Jezus." (Diwaan Khwaja Ajmeri, ode no. 70, p. 102).

2. "Als de hulp van de heilige geest voortduurt, zal in de wereld de Maria van die tijd dagelijks een Jezus voortbrengen." (ibid.)

3. Het staat geschreven:

"Eens kwam een man naar ons toe om toe te treden tot de discipelenkring van de Khwadja van Ajmer. De Khwadja vroeg hem de kalima op te zeggen ( Er is geen God dan Allah, en Mohammed is de Boodschapper van Allah). Hij reciteerde de kalima. De Khwadja zei tegen hem: 'Zeg het aldus: Er is geen God dan Allah en Chisti is de boodschapper van Allah.' De man deed dit en de Khwaja accepteerde vervolgens zijn eed en deed hem het erekleed om." (Maktoebaat, Boek I, brief no. 48, p. 18)


Shaikh Ahmad van Sirhind (overl. in 1624)

In India en Pakistan staat hij bekend als moedjaddid Alf Sani (moedjaddid van het tweede millenium van de islam). Deze heilige en geleerde schreef:

1."Maar die soefi die de fana, baqa en sair an illa billah (d.w.z. kontakt met en nabijheid tot God) heeft bereikt en zich vervolgens tot de wereld wendt en de mensen oproept tot de weg der waarheid, hem zal een deel van het profeetschap toevallen. Hij behoort dan tot de klasse dergenen die de boodschappen van het geloof overbrengen." (Maktoebaat, Boek I, brief no. 48, p. 120)

2. "Hoewel het ambt van profeetschap reeds is beëindigd, kunnen volgelingen van de profeten, hetzij door opvolging hetzij door complete onderwerping, enkele capaciteiten en karakteristieken van het profeetschap verwerven." (ibid., Boek II, brief no. 6, p. 25)

3. "Ik ben de discipel van God en ook Zijn doel. Mijn onderwerping aan God is zonder enige tussenkomst direkt aan Hem verbonden. Mijn hand is de vertegenwoordiger van God's hand. Glorie zij met Hem! Ik ben dan ook de discipel van de heilige profeet Mohammed, vrede en zegeningen van Allah zij met hem, en tevens zijn geestelijke broeder." (ibid., Boek III, brief no. 87, p. 209)

4. "Laat men weten dat het toegestaan is dat iemand de nabijheid van het profeetschap kan bereiken en wel door het pad van heiligen te betreden en van beiden iets in zich te bezitten."

5. "Tijdens mijn geestelijke tocht, bereikte ik het stadium van Oesman (de derde kalief in de islam) en dit passerend kwam ik aan in het stadium van Faroeq (Oemar, de tweede kalief). Ook deze achterlatend arriveerde ik bij dat van Siddiq (Aboe Bakr, de eerste kalief). Deze eveneens voorbijtrekkend kwam ik tenslotte aan in de fase van de geliefde God en was zelf de weerspiegeling van al het licht en de zegeningen van dit stadium. (Brief van Shaikh Ahmad geciteerd door de Mogoolse keizer Jahangier in zijn dagboek, Toezak Jahangiri, p. 272, gepubliceerd in Ghazipur, 1863).

6. "Aangezien de religieuze wet overgebracht door de heilige profeet Mohammed, vrede en zegeningen van Allah zij met hem, tegen vervalsing en verandering is beschermd, zijn de geleerden onder de moslimse gemeenschap de plaats van de profeten toebedeeld." (Maktoebaat Boek 1, brief no. 209, p. 34)

7. "Door volledige overgave en overvloeiende liefde kunnen volgelingen van profeten bepaalde capaciteiten van deze profeten als een gift en gunst ten deel vallen. Ze verkrijgen dezelfde kleur van de profeten die zij volgen, zo gelijkend dat er geen onderscheid meer is en tussen hen geen verschil meer bestaat behalve hierin dat de profeet zijn positie langs direkte weg bereikt terwijl de volgeling ditzelfde weet te verwerven door complete overgave. De profeet gaat voor en de volgeling komt achterna....waardoor volledige gelijkheid uitgesloten is tussen het origineel en zijn beeld (schaduw, zill)" (ibid. brief no. 248)

8. "Een volgeling bereikt een dusdanige gelijkenis met degene die hij volgt dat er geen sprake meer is van de gedachte van 'volgen'. Het verschil tussen meester en volgeling houdt op te bestaan. De volgeling, in de kleuren van zijn profeet, ontvangt kennelijk alles direkt van God, alsof die twee uit dezelfde bron drinken en in hetzelfde bed in elkaars armen verstrengeld zijn. En wie is nu de meester en wie de volgeling. In deze volledige vereniging bestaat kennelijk geen verschil meer tussen meester en volgeling. (ibid., Boek I, brief no. 54, p. 172)


Khwaja Habib-Ullah Attar van Kashmir (heilige uit de 15e eeuw n.C.)

Over de kalima instrueerde hij eens een van zijn discipelen als volgt: "Verleng het gezegde 'la ilaha' (er is geen god) en ban alle gedachten over iedereen uit je hart behalve over God. Daarna wordt 'ill-Allah' (behalve Allah) benadrukt, en vervolgens moet je mij beschouwen als de boodschapper van Allah." (Masnawi Bahr al Irfaan, deel 1, p. 179)


Baba Dawud Khaki

Lovend over zijn geestelijke leider Hazrat Makhdum van Kashmir schreef deze het volgende: "Hoe kan iemand die zo'n profeet afwijst een gelovige zijn, terwijl de heilige profeet Mohammed, vrede en zegeningen van Allah zij met hem, eens gezegd heeft dat de geestelijke leider als een profeet is." (Wird al Moeridien)


Ali Hujwri, Data Ganj Bakhsh (overl. in 1071)

Deze bekende heilige uit Lahore, auteur van het vermaarde Perzische klassieke werk 'Kasjf al-Mahdjoeb', schreef:

1. "God heeft tot heden toe het bewijs van de waarheid van de Heilige Profeet, vrede en zegeningen van Allah zij met hem, levend gehouden en daartoe heeft Hij de heiligen gebruikt. Door dezen worden de tekenen van God en de bewijzen van de waarheden van de Heilige Profeet voor altijd geopenbaard." (Kasjf al-Mahdjoeb, Perzisch, p. 167)

2. "De heilige bereikt de graad van perfectie niet alvorens hij de kring der profeten betreedt" (geciteerd uit een Oerdoe boek getiteld 'Constitutie van Pakistan en de Ahmadiyya Groepering, p. 23)


Farid ud Din Shakar Ganj van Pak Patan (overl. in 1265)

In een dichterlijk vers zegt deze: "Ik ben walie (heilige), ik ben Ali, ik ben nabie (profeet)" (Haqiqat Ghoelzar Sabiri, door Shah Muhammad Hasan Sabiri, eerst gepubliceerd in Rampur, 1886, zesde editie gepubliceerd door Maktaba Sabiriyya, Qasur, Pakistan, 1983, p. 414. Zie ook het bekende Oerdoe dagblad Nawa-i Waqt, Lahore, Pakistan, 4 juli 1964)


Anwar as- Sufiya

In dit maandblad uit Lahore lezen we in een artikel onder de titel 'De Heiligen':

"Over de waarheid van de leerstellingen en de zegeningen van de heilige profeet Mohammad (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) bestaat geen groter bewijs dan het feit dat wie dan ook hem feilloos volgt, een 'gereflecteerde' (zilli) profeetschap van God ontvangt, de taak krijgt de Islam aan de mensheid te verkondigen en ook de functie krijgt toebedeeld van khalifa of wel afgevaardigde ter ondersteuning van de religie van de islam. Zulke verheven personen zijn in iedere eeuw verschenen en zullen in de toekomst ook blijven komen. Ten aanzien van hen heeft de Heilige Profeet (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) gezegd:'De geleerden uit mijn volk gelijken op de profeten van Israel.'" (Anwar as-Soefiya, deel IV, no. 3, december 1907, p. 12)


Sultan Bahu (overl. in 1691)

Deze eerste Punjabi mystieke dichter schreef:

1. "Het stadium van fana fisj-sjaikh (zelf opgaan in zijn geestelijke leider) betekent dat wanneer een zoeker Gods het beeld van zijn meester in zijn hart oproept, deze dan ook (in geestelijke zin) aan hem kan verschijnen om hem vervolgens aan zijn hand te voeren naar de kring van de Heilige Profeet, vrede en zegeningen van Allah zij met hem.

Zulk een geest of meester wordt ook wel Joehji wa joemiet genoemd, deze Qoranische term betekent 'hij die leven geeft en de dood veroorzaakt'." (Kalied al-Tauhied, pp. 37-38)

2. In een dichterlijk vers schrijft hij:

"De arsj (troon), de koersi (stoel), de lauh (tablet) en de qalam (pen) zijn allemaal in het hart. Hij die het hart vindt hoeft niet meer te treuren." (Ibid., p.18)

(De termen arsh etc. zijn bekende uitdrukkingen in de Qor'aan die betrekking hebben op diverse attributen van God zoals zijn macht en kennis).

'Ik ben een vogel zonder verblijf, ik woon nergens en zonder huis. Daarom ben ik dervesj en ook fana fi-Allah (opgegaan in God)' (Ibid. p.61)

Door het innerlijk licht ontvangt de heilige voortdurend de openbaringen van God. Door de Qoranische woorden 'We zijn dichtbij (u)' verwerft hij Goddelijke intimiteit en gemeenschap.

Hij die door een dervesj gunstig wordt beschouwd, diens rang is hoger dan die van de Goddelijke troon. (Ibid., p. 180)

'Ik ken slechts de waarheid, ik zie slechts de Waarheid, ik roep slechts om de Waarheid. Waarheid is in mij en ik ben in de Waarheid.'" (Ibid., p. 194; de Waarheid heeft hier betrekking op de naam van God, al-Haqq in de Qor'aan)


Khwaja Shah Sulaiman Taunsavi (overl. in 1852)

1. De volgende verzen werden tot lof van de khwaja geschreven:

"Opstaan op bevel van God, was een wonder in de handen van Jezus, maar u maakte door een enkele zuchtje duizenden tot messias. Toen Mozes het Goddelijke licht aanvaardde, verloor hij het bewustzijn van de wereld. Maar u, o Kalim-Oellah (naam van Mozes, hier betrekking hebbend op khwaja) ziet dat licht immer weer, maar nu met een glimlach, een verlangen en vol van begrip. U bent het licht van God, uw licht is in beide werelden. De troon, de stoel en de sterren stralen allemaal uw licht uit.'

'U bent de zon, u bent de maan, u bent het licht der lichten. U bent het licht van Mohammed, vrede en zegeningen van Allah zij met Hem. U bent de sleutel der harten. Het zegel van uw heiligheid is het zegel op uw vingerring. Wat een glorieuze heiligheid, de rang van boodschapper (risalat) bezittend." (Manaqib al-Mahboebin, pp. 249-250)

2. "Hazrat Siyalwi sprak toen over een droom van de Khwaja, n.l. dat hij op een zekere nacht droomde dat zowel over zijn hoofd als onder zijn voeten, alsook rechts en links van hem de Heilige Qoraan was geplaatst. Hij vroeg een geleerde naar de interpretatie van deze droom. Deze zei: 'Gefeliciteerd, u zult de Heilige Qoraan onder alle omstandigheden naleven." (Mira'at al-Asjiqien, p. 28)


Hazrat Saeed Ameer

In de late negentiende eeuw was hij een bekende heilige uit Koth in het district Mardan (North-West Province, Pakistan).

Over hem is het volgende geschreven:

1. "Op een zondag, de 21 ste van de maand Rajab ontving deze heilige man in een openbaring van God de navolgende verzen van de Heilige Qoraan: 'O profeet leef uw Goddelijke plichten na en luister niet naar de ongelovigen en de huichelaars, voorzeker, God is Alwetend en Wijs' en: 'Waarlijk, er is voor u als de boodschapper van God een voortreffelijk voorbeeld voor degene die naar God toe en de laatste dag leeft en God altijd in gedachten heeft." (Nazzam al- Durrar fi Silk al-Siyar door Mullah Safi-Ullah, een discipel van Saeed Ameer, p. 152)

2. Hij zei: "Weet dat benoemd te worden door God betekent boodschapperschap en een ieder die is benoemd is een boodschapper (rasoel)." (Ibid., p. 100)


Maulana Abdullah Gaznavi

Deze was een discipel van Hazrat Said Ameer. Over hem is geschreven, dat hij Goddelijke openbaringen heeft ontvangen die verzen uit de Heilige Qoraan bevatten.


Shah Wali Ullah van Delhi (overl. in 1763)

Deze bekende Islamitische filosoof, schrijver en theoloog, geaccepteerd als de moedjaddid van zijn tijd, schreef:

"Mijn geest werd vervuld met de gedachte om de mensen te vertellen, dat deze bescheiden persoon vele talen is geleerd ... Ik was de leer die aan Adam werd gegeven, ook was ik de Goddelijke hulp die Noach tijdens de vloed kreeg. Het vuur dat verkoeling bracht voor Abraham, de Torah geopenbaard aan Mozes, het wonder om de dode te doen verrijzen, die aan Jezus was gegund en de Qoraan die aan Mohammed de Heilige Profeet, vrede en zegeningen van Allah zij met Hem, was gegeven, dit alles was ik. Alle lof komt God toe, de Heer der werelden." (Tafhimat, deel 1, zoals aangehaald in Curzon Gazette van 15 oktober 1902)


Sayyid Mohammad Ismail Shaheed (overl. in 1831)

Deze schrijft lovend over zijn meester Sayyid Ahmad Barelvi (moslim religieus en militaire leider in Noord-West India in de vroeg-negentiende eeuw) als volgt:

"Jozef is nu uit Kana<132>n in Egypte aangekomen en de hele wereld is daar om hem te kopen. Om de doden nieuw leven te geven, is de adem van Jezus nu weer in de wereld. Mijn Ahmad is uit Medina, uit de grot van Saur gekomen om de ansar te onderwijzen. Sayyid Ahmad kwam eens met zijn metgezellen. Eigenlijk is de laatste der profeten met zijn metgezellen weer gekomen." (Nadjm al-Saqib, deel 2)

De naam ansar werd gebruikt om een deel van de metgezellen van de Heilige Profeet, vrede en zegeningen van Allah zij met Hem, aan te duiden. Hierboven werd Sayyid Ahmad Barelvi Jezus, Ahmad (de heilige profeet Mohammed) genoemd, zelfs de laatste der profeten. Zijn metgezellen werden als discipelen van de Heilige Profeet Mohammed aangeduid. Zulke uitdrukkingen worden gebruikt met het oog op de gelijkenis van de heiligen op de profeten.


Khwaja Mir Dard van Delhi (overl. in 1785)

Deze zeer bekende heilige, schrijver en dichter schreef het volgende: "Door de allesomvattende macht van God is iedere volmaakte man de Jezus van zijn tijd. Ieder ogenblik wordt hij geconfronteerd met alles over de ziel van Jezus." (Risalah Dard, p. 211)


Shah Niyaz Ahmad van Delhi (overl. in 1934)

Hij beschrijft zijn spirituele belevenissen als volgt:

"Soms ben ik Idris (Bijbelse Enoch), soms Seth, soms Noach, soms Jonah, soms Jacob en soms Hoed. Soms ben ik Salih, soms Abraham, soms Izaak, soms Jahja (Bijbelse Johannes de Doper), soms Mozes, soms Jezus en soms David. Ik ben Ahmad Hashmi (d.w.z. de heilige profeet Mohammed) en Jezus van Maria." (Diwan- i Niyaz, pp. 42, 44)


Khwaja Muhammad Nasir Muhammad (overl. in 1758)

Hij schreef in zijn bekende werk Nala-i Andalib (Het klaaglied van de nachtegaal): "Onder de moslims zijn steeds volmaaktere heiligen geweest. In termen van hun spirituele ervaringen en ontwikkelingen, waren sommigen als Adam, sommigen als Noach, sommigen als Abraham, sommigen als David, sommigen als Mozes, sommigen als Jezus en sommigen als Mohammed, vrede en zegeningen van Allah zij met hem." (Nala-i Andalib, deel 2, p. 243)


Shaikh Sabir Kalyari

Deze schreef over de soefi Sayyid Abid Usmani Naqshbandi als volgt: "Ik noem hem Kabah, Qoraan, profeet of God" (Miraadj al- Mominien, pp. 144-145)


Nasir ud Din Chiragh van Delhi (overl. in 1356)

Deze was de opvolger van de bekende heilige Nizam ud Din Auliyah. In een dichterlijk vers zegt hij: "O gij uiterlijke vroomheid! Wat vraagt gij mij over de rang van qoerb (nabijheid van God). Het is in mij en ik ben er in, zoals de geur is in de roos."


Shah Sharf Abu Ali Qalandar van Panipat (overl. in 1323)

"Mozes verloor het bewustzijn bij het zien van het Goddelijk vuur gemanifesteerd in een boom, maar ik zie datzelfde vuur in iedere boom."


Maulana Abu Muhammad Abdul Haqq Haqqani

Deze moderne theolooog schrijft in zijn Oerdoe commentaar op de Qoraan het volgende: "Aan een volgeling van de Heilige Profeet kan die zuivere ziel worden toebedeeld die zijn (van de Heilige Profeet) licht weerkaatst, zoals een spiegel het licht van de zon weerkaatst. Daarna worden bovennatuurlijke tekenen (karamaat) zichtbaar aan zijn hand. Zo iemand wordt een heilige genoemd. Er zijn verschillende typen van heiligen, zoals ghaus, qoetb. De beschikbare ruimte laat het echter niet toe deze hier in detail te bespreken." (Tafsier Haqqani, Proloog, p. 5)


Shaikh Abdul Haqq Moehaddas van Delhi (overl. in 1642)

Hij was een expert op het gebied van de hadies en een zeer bekende theoloog van India. In zijn commentaar op het boek Foetoeh al-Ghaib van Abdul Qadir Jilani schreef hij: "Heiligheid is de afbeelding (zill) van profeetschap." (Sharh Foetoeh al-Ghaib, p. 12)


Allama Dr. Sir Muhammad Iqbal (overl. in 1938)

Deze beroemde dichter en filosoof van het moderne India en Pakistan composeerde de volgende verzen zulks als lof voor de heilige Nizam-ud-Din Auliya van Delhi: "Wat de engelen lezen, dat is uw naam. Groot is uw status, en uitgebreid uw gratie. Een bezoek aan uw graf betekent leven voor het hart. Uw rang is hoger dan die van de messias of van de khizr." (Baang-i Darah, onder Iltidja'-i Moesaafir)

Een volmaakte gelovige lovend, schrijft hij in een gedicht: "Hij is Kalim (Mozes), hij is Masieh (Messias), hij is Khaliel (Abraham). Hij is Mohammed, hij is de Qor'aan, hij is Gabriël" (Djaved Namah)

Maulana Mohammed al-Hassan van Deoband

Deze zeer bekende leraar bij de Deoband theologische school schreef een lange lofdicht ter ere van zijn twee geestelijke meesters, moulvi Rashid Ahmad Gangohi (overl. in 1905) en maulana Muhammad Qasim Nanotavi (overl. in 1877) die de school in 1867 stichtte. Hieronder volgen enkele van de verzen: "Qasim de goede en Rashid Ahmad, beiden bezaten de glorie, beiden waren de messias van hun tijd en Jozef van Kana<132>n. Zij verdedigden de religie tegen de samaris (vervalsers van het geloof). Ik vind dat die twee op Mozes en Amran geleken. Hen te dienen en te vergezellen was, voor dode zielen, niet minder dan het bevel van Jezus weer tot leven te komen." (Koelliyat Shaikh al-Hind, pp. 14-17)

Bij het overlijden van moulvi Rashid Ahmad Gangohi schreef hij in een klaaglied: "Iemand die leek op de stichter van de islam heeft deze wereld verlaten. De messias van deze tijd is naar de hemel vertrokken, iedereen achterlatend. Hij bracht de doden tot leven en de levenden liet hij niet sterven. O, zoon van Maria, aanschouw dit messiaans werk. Zij die gevoel en ijver hebben voor het spirituele, hebben zich gericht op de weg van Gangoh, zelfs al waren zij in Mekka." (Marsiyya door maulana Muhammad-al Hassan)


Maulana Ashraf Ali Thanvi

Deze welbekende Deobandi theoloog uit het begin van deze eeuw publiceerde in zijn tijdschrift een brief van een van zijn discipelen waarbij deze het volgende probleem naar voren bracht: "Ik droom dat ik de kalima citeer maar in plaats van 'er is geen god dan Allah en Mohammed is de boodschapper van Allah', gebruik ik uw naam: er is geen god dan Allah en Ashraf Ali is Zijn boodschapper. Wetende dat dit verkeerd is probeer ik mezelf te corrigeren, maar dezelfde woorden komen steeds weer over mijn lippen. Ik word, geheel van streek, wakker en om berouw te betonen om mijn fout uit ik huilend de zegeningen van Allah over de Heilige Profeet, vrede en zegeningen van Allah zij met hem. Maar wederom komen er van mijn tong de woorden: 'O Allah, zegen onze meester, profeet en leider Ashraf Ali.' Zeg mij alstublieft wat ik moet doen.

Het antwoord van de maulana, opgenomen na de genoemde brief, luidt als volgt: 'Dit gebeuren was erop gericht om u te overtuigen dat degene tot wie u zich richt voor geestelijke leiding (Ashraf Ali) een echte volger van het voorbeeld van de Heilige Profeet is." (Maandblad Al Imdad, maand Safar, 1336 A.H., omstreeks 1918, p. 35)


Maulana Ahmad Raza Khan (overl. in 1921)

Tegen het einde van de negentiende eeuw stichtte hij de Barelvi-groep die sterk gekant is tegen de Deobandi's. Over hem wordt het volgende vermeld: "2e punt: In plaats van de daroed (gebeden om zegeningen af te smeken over de heilige profeet Mohammed) af te smeken over de Heilige Profeet moeten de zegeningen worden afgeroepen over 'zijne eminentie' (Ahmad Raza Khan), zoals zijn discipelen steeds te zijner ere roepen: Allah zegen en zend vrede over de dienaar van de Heilige Profeet, maulana Ahmad Raza." (Al-Djanna li-Ahl al Soennah, p. 127 zoals is aangehaald in Deoband se Barelvi Tak, p. 123)


Shaikh Sadiq Gangohi

Deze heilige zei aan een discipel om het volgende te zeggen: "Er is geen god dan Allah en Sadiq is de boodschapper van Allah" (Al Takasjoef en Mahimmat al-Tasawwoef, p. 594)


Maulana Abdul Majid Daryabadi (overl. in 1977)

Hij was een Indiase religieuze geleerde uit de meer recente tijden.

Over het gebruik van het woord nabie voor heiligen die geen profeten zijn, schreef hij eens het volgende in zijn krant: "Onlangs heb ik, bij toeval, een voorbeeld ervan gevonden in het gedicht van maulana Rumi. En dat niet zomaar in het een of ander apocrief werk, maar in het alom bekende, beroemde en authentieke boek Masnawi. Hierin staat over de status en de voortreffelijkheid van de geestelijke leider het volgende geschreven: 'Indien u uw handen in de hand legt van een geestelijke leider, bent u erop uit wijsheid op te doen, aangezien de mentor de kenner is en de ziener. O discipel, aangezien zijn persoon het licht van de Heilige Profeet uitstraalt, is hij een profeet van zijn tijd.'

'Hier staat duidelijk vermeld dat de volmaakte geestelijke leider de profeet is van die tijd aangezien hij het licht van profeetschap reflecteert. Grote theologen, filosofen en spirituele lieden hebben de Masnawi becommentarieerd. Maar geen van hen heeft ooit afstand gedaan van deze uitingsvorm. Rumi's eigen zoon, Sultan Walad, gaf het volgende commentaar: 'De overdreven vergelijking van een heilige met een profeet heeft betrekking op het penetrerende effect van zijn leiding. Overigens is een profeetschap nimmer denkbaar na de heilige profeet Mohammed, vrede en zegeningen van Allah zij met hem.'" (Masnawi, deel V, p. 67, voetnoot 13, gedrukt te Kanpur)

"Het ligt voor de hand dat wij zoiets steeds als inconsequent bestempelen, maar het is evenzeer duidelijk dat zulke inconsequenties vaak worden aangetroffen in de werken van de grote religieuze leiders uit de klassieke tijden." (Nieuwsblad Sidq-i Djadied, 8 augustus 1952)


Pir Jama'at Ali Shah

In een gedicht wordt over hem geschreven: "Medina is heilig en gezegend, zo ook is Alipur. Het is goed daarheen te gaan en evengoed hier te komen. Uw hof is het hof dat de qiblah (gebedsrichting voor de moslims) is voor de mensheid. Uw graftombe is het heiligdom dat het Heilige Huis van God (in Mekka) evenaart. (Anwar as-Soefiya, uitgegeven in 1930, p. 9, opgenomen in Raza Khani Dien, p. 54)


Slot

Hoewel wij ter zake meer uitspraken en geschriften van Islamitische religieuze geleerden en heiligen kunnen presenteren, volstaan wij met het bovenstaande. Zo was de toenmalige sfeer en gewoonte van het islamitische geestelijk denken waarin Hazrat Mirza Ghulam Ahmad verscheen. Hij was niet alleen de hervormer van de islam in formele zin (in het algemeen aangeduid als sjariah), maar ook van het spirituele en het mistieke dat betrekking heeft op de spirituele ontwikkeling (van de menselijke geest) die bekend staat als de tariqat en de tasawwoef. Hij heeft dan ook deze termen en gedachten van dit aspect van de islam niet alleen gebruikt maar ook uiteengezet.

Men moet wel bedenken dat deze Tariqat termen niet on-islamitisch zijn. Het is slechts zo, dat de gedachten welke de Qor'aan en de hadies uitdrukken in termen zoals khalifa (opvolging van de Heilige Profeet), wilajat (heiligheid), imamat (religieuze leiderschap), moedjaddidiyyat, moehaddasiyyat, enz., door de Tariqat-mensen worden aangeduid als 'reflecterende profeetschap', 'gemanifesteerde profeetschap', 'metaforisch profeetschap', enz. (zilli, boeroezi, madjazi noeboewwat)

 
 
{short description of image}


 
   
Terug naar Hoofdmenu