Ied-oel Fitr toespraak

 

5 december 2002

 

Home

 

 

 

 

Door ing Hans Drost

 

 

 

Bismillahir Rahmanir Rahim.

 

Geachte broeders en zusters, dames en heren,  jongens en meisjes,

Assalaam alaikoem wa Rahmat- oellah wa Barakatoeh.

 

Vandaag vieren we dat de maand Ramadhan is afgelopen. Dit jaar hebben we 29 dagen gevast en daarmee onze plicht volbracht. We kunnen dan ook met een heel goed gevoel terugkijken op deze Ramadhan. We zijn door God in staat gesteld om weer in harmonie met ons lichaam te komen. Het evenwicht tussen lichaam en ziel is weer hersteld. In de loop van een jaar raak je door de dingen van alle dag gewend aan het feit dat je lichaam bepaalt wat je doet. Je ziel moet echter geen slaaf zijn van je lichaam net zoals je lichaam geen slaaf van je ziel moet zijn. Slechts het in evenwicht leven onder de hoede van je ziel geeft je een juiste levenshouding. Het maakt je weer attent op je persoonlijke verantwoordelijkheid.

 

We hebben het afgelopen jaar in de Nederlandse maatschappij nogal een roerige tijd meegemaakt. Vooral op maatschappelijk en politiek vlak is er veel beroering geweest. Het ging vooral over zaken als: “de mening van de burgers wordt nu gehoord en er wordt geluisterd; je mag weer voor je mening uitkomen”, zo waren een aantal kenmerkende uitspraken.

 

Met deze choetba (preek) wil ik proberen aan te geven wat de basiskenmerken zijn van individualisme, zoals die in de Koran genoemd worden. Zodat u op een gefundeerde wijze, actief dan wel passief, deel kunt nemen aan de maatschappelijke discussie hierover.

 

De Koran geeft duidelijk aan dat je als individu recht hebt op de samenleving en dat de samenleving recht heeft op jou. Dit betekent dat je als persoon je bijdrage moet leveren aan de samenleving. De samenleving daarentegen moet je als persoon opnemen en ondersteunen. Zo is bijvoorbeeld de leerplichtwet in Nederland een dusdanig belangrijke wet, dat we die als moslims te allen tijde moeten verdedigen. Deze wet staat aan de basis van de (school)opleiding, van de instandhouding en de uitbreiding van kennis en van de emancipatie van het individu.

Met emancipatie bedoel ik gelijkgerechtigdheid en zelfstandigheid van het individu en van eerlijke maatschappelijke verhoudingen.

De Koran wijst ons op rechtvaardigheid als basiskenmerk van een geëmancipeerde maatschappij. Rechtvaardigheid voor je gevoel en rechtvaardigheid voor de wet.

In een rechtvaardige samenleving is het belangrijk dat je zorgt voor de wezen, dat je de armen voedt en de zakaat betaalt.

 

Om je dit allemaal te realiseren en om deel te nemen aan de maatschappij is kennis nodig. Als mens zijn we gelijk in ziel. We komen allen van dezelfde, enige ziel. We zijn gelijk in ziel, maar verschillend in onze mogelijkheden. De mogelijkheden worden bepaald door zaken als: waar iemand geboren is, welke zaken de ouders hun kinderen kunnen meegeven, opleidingsmogelijkheden en geografische verschillen.

 

De maatschappelijke discussie in Nederland spitst zich toe op normen en waarden; normen en waarden die veranderd zijn: “iedereen doet wat die wil en de rest zoekt het maar uit.” Deze toenemende individualisering bepaalt steeds meer de wijze waarop de mensen met elkaar omgaan. Het belang van het individu wordt belangrijker dan het belang van de groep waartoe je behoort. Deze individualisering heeft naast positieve kanten (het jezelf ontwikkelen en de mogelijkheid hebben zelf de verantwoording te nemen) ook negatieve kanten. In het marktgericht denken van de geldeconomie zijn de mensen geneigd zich meer egoïstisch te gedragen.

Het huidige individualisme is in de jaren 1965-1968 ontstaan. Toentertijd zetten de studenten en de Provo-beweging de gevestigde orde op z’n kop.  Na de emancipatie van de burger in de negentiende eeuw en die van de arbeiders in de eerste helft van de twintigste eeuw volgde in de jaren 1960 en 1970 de emancipatie van de jongeren en van de vrouwen. In de jaren daarna tot het eind van de twintigste eeuw is die emancipatie van het individu verzand/vastgelopen in een materialistische instelling en op deze wijze gedegradeerd tot egoïsme. Hiernaast heeft de maatschappij zich tot een multiculturele samenleving ontwikkeld.

 

Normen en waarden beginnen bij het individu. De basis hiervan is respect. Je moet anderen met hetzelfde respect behandelen als waarmee je zelf behandeld wil worden.

In de Koran staan vele zaken die gaan over respect. Andere woorden die respect uitdrukken zijn onder andere: aandacht, achting, eerbied, waardering, waardigheid, zorg en het rekening houden met anderen. Welk woord u ook aanspreekt, het moeten geen woorden blijven maar er moet invulling aan gegeven worden. Dit vereist een actieve rol voor iedereen. Wij moeten het ons eigen maken en uitdragen. En op ieder moment van elke dag het voorbeeld geven.

 

De volgende verzen uit de Koran wil ik er uitlichten en weergeven met een korte samenvatting:

4:114, de persoon die de armen helpt, vriendelijkheid en vrede onder de mensen brengt,  die richt zich op Allah.

In 68:4 wordt gesproken over het hoogstaande morele karakter van de Profeet Mohammed en het voorbeeld ervan voor ons. Wij moeten ons naar dit voorbeeld ontwikkelen en onze morele instelling in stand houden via het gebed. Geloof en goed gedrag gaan nauw samen; het beïnvloedt elkaar.

70:32/35, spreken over de personen die zich houden aan de dagelijkse afspraken en beloftes. Het geeft vooral het belang hiervan aan en het belang van de dagelijkse gebeden.(Zie ook: 23:8/11.)

 

Uiteindelijk is het de Profeet Mohammed die voor ons hét voorbeeld is van het met respect behandelen van anderen.

 

Aan het begin van deze choetba heb ik de leerplichtwet genoemd. Wij moeten als Nederlandse burgers en moslims zeer gelukkig zijn met het feit dat vrijwel alle wetten in dit land passen binnen de Islam. We moeten ons evenzeer realiseren dat deze wetten niet van de ene op de andere dag zijn ontstaan. In feite is pas na twee afschuwelijke wereldoorlogen in de afgelopen 100 jaar, de universele verklaring van de rechten van de mens geformuleerd. Met de wetten die nu in Nederland en in ‘het Westen’ gelden, wordt de vrijheid van handelen van het individu gewaarborgd. Deze individuele vrijheid moet op zich echter wel passen binnen de normen die de maatschappij stelt, anders glijd je af naar chaos, ontworteling en richtingloosheid. Deze normen moeten op zich weer passen binnen de waarden van de “natuurgodsdienst” die geldt voor deze wereld.

Voor ons is deze natuurgodsdienst de Islam. De Koran leert ons om onze verantwoordelijkheid te nemen voor onze omgeving en voor anderen, voor het milieu en voor de samenleving in z’n geheel, oftewel voor de gehele schepping. Deze verantwoordelijkheid komt tot uitdrukking in de persoonlijke, individuele verantwoordelijkheid die wij hebben in ons doen en laten, in al onze handelingen en acties. Een ieder zal persoonlijk verantwoording moeten afleggen op de Laatste Dag, waarop wij voor God zullen staan en ons eigen boek moeten lezen.

 

Aan het begin van de khoetba heb ik ook het marktgericht denken van de geldeconomie genoemd. Geld is zo langzamerhand de belangrijkste rol gaan spelen in alle onderdelen van onze samenleving en alles wordt dan ook in geld of in waarde uitgedrukt. Economie is verworden tot geldeconomie. In de oorspronkelijke betekenis is economie echter een maatschappijwetenschap, die de wijze onderzoekt waarop de mens, zowel individueel als in groepsverband, streeft naar welvaart en welzijn. Daarbij moet ook worden betrokken hoe de economische ontwikkelingen bijdragen aan de geestelijke ontwikkeling van de mens.

De laatste jaren is geld op de voorgrond gekomen. Kijk maar eens naar de enorme aandacht van beleggingen op de beursen over de hele wereld. Alsof economie alleen bestaat uit geld en hebzucht. Zo lijkt het alsof bedrijven alleen nog bestaan doordat de aandeelhouders hun geld erin steken. Het nut dat de bedrijven hebben voor de welvaart van het land wordt op de achtergrond geschoven. Bedrijven dienen een nuttig doel en wel het ontwikkelen van de samenleving. Daarbij moeten ze een redelijke winst maken om te kunnen overleven en investeren in uitbreidingen en andere goederen. De aandeelhouders en de politiek zetten deze wereld echter op hun kop, door alleen maar naar de efficiëntie te kijken. Alles moet tegenwoordig efficiënter anders is het niet goed.

Een gedegen kijk op de gang van zaken wordt hierbij over het hoofd gezien: efficiënt zijn, is alleen nuttig als je eerst de effectiviteit hebt geregeld. Effectiviteit betekent dat je ervoor zorgt dat mensen de juiste taken uitvoeren.

Pas als daar aan voldaan is, kun je gaan kijken of die taken ook efficiënt, dat wil zeggen op de juiste manier worden uitgevoerd tegen de laagst mogelijke kosten.

 

Er zijn tegenwoordig, helaas, vele mensen in bedrijven en instellingen die op een efficiënte manier de verkeerde taken uitvoeren. Vandaar dat het ook constant rommelt met reorganisaties en fusies. Hetgeen een negatief effect heeft op de maatschappij.

 

Wat ook de zaken of taken zijn die iemand uitvoert, je eigen verantwoordelijkheid ervoor blijft gehandhaafd. De vraag komt op, hoe moeten we hiermee verder?

Ik denk dat we ons bewust moeten worden van onze persoonlijke verantwoordelijkheid en deze als leidraad nemen zodat we niet blijven steken in traditie. We moeten dynamisch zijn, kennis vergaren en het voorbeeld geven. Het gevaar van traditie is dat het een verslaving kan worden. De Duitse filosoof Martin Heidegger zegt hierover: “Traditie dekt toe, verspert de toegang tot de oorspronkelijke bronnen. Zij kweekt een zelfgenoegzaamheid die maakt dat er geen enkele behoefte ontstaat om zelfs maar te begrijpen dat het nodig is terug te gaan naar de oorsprong.”

Onze oorsprong is de Koran. De Koran wijst op de gevaren om ons vast te blijven houden aan traditie. Traditie verstikt en verstart. De Koran reikt ons inspiratie aan en leert ons respect en idealisme; zaken die belangrijk zijn voor het verbeteren van de samenleving. Hierdoor begrijpen we ook dat óns welzijn afhangt van het welzijn van anderen.

Het vergroten van onze kennis vanuit de Koran is een morele steun en motivatie voor het vergroten van onze zelfkennis. Een betere zelfkennis biedt houvast bij onze beslissingen en keuzes in het dagelijkse leven.

 

Het functioneren in de samenleving betekent dat je ook een juridische en politieke verantwoordelijkheid hebt samen met je individuele verantwoordelijkheid. In het kort kun je zeggen dat de maatschappij ons afrekent op de juridische en politieke verantwoordelijkheid, terwijl God ons afrekent op onze persoonlijke verantwoordelijkheid.

Uiteindelijk is dus deze laatste van doorslaggevend belang voor het individu. Echter, je persoonlijke verantwoordelijkheid moet er borg voor staan dat je jezelf goed gedrag aanleert. Dat de Koran aangeeft dat elke moslim zich goed gedrag moet eigen maken spreekt voor zich. Wij kunnen ons daar echter alleen maar op beroepen als we zelf ook daadwerkelijk ons gedrag daaraan hebben aangepast.

 

Normen, waarden en respect moeten geen woorden blijven, maar wij moeten er invulling aan geven door ons in te spannen en een actieve rol te vervullen.

 

Individualisme is positief waar het onze ontwikkeling betreft, onze ontplooiing, maar schiet door als het overgaat in egoïsme. Net zoals het gevaar bestaat dat persoonlijkheid doorschiet naar ijdelheid, of creativiteit naar chaos, of toewijding naar fanatisme. Hier zijn grenzen nodig, grenzen die de Koran ons aanreikt.

Als individu zijn we onderdeel van de samenleving en als samenleving kunnen we vooruit komen.

 

Ik wil eindigen met het reciteren van de laatste twee zinnen van hoofdstuk 22 van de Heilige Koran (vers 78):

De betekenis hiervan luidt :“Doe de salaat, betaal de zakaat en richt jezelf naar Allah, Hij is jullie beste Vriend, Beschermer en Helper.”

[Arabische tekst weggelaten]

 

Ik wens u allemaal een gezegende Ied en een fijne feestdag.

Wa Alhamdoe lillahi Rabil alamien.