Moe`ârif oel-Qoer'ân

 

Lessen in de Koran – 1

 

 

Al-Fâtihah

Home

 

 

 

Door N.A. Faruqui

Vertaald door

R. Ghafoerkhan

 

Copyright:

Stichting Ahmadiyya Isha’at-i-Islam

 

Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm

In naam van Allâh, de Weldadige, de Genadige

Al-hamdu li-llâhi Rabbi-l-`âlamîn

Alle lof komt toe aan Allâh, de Heer der Werelden.

Ar-Rahmâni-r-Rahîm

De Weldadige, de Genadige.

Mâliki yawmi-d-dîn

Meester van de Dag der Vergelding.

Iyyâka na’budu wa iyyâka nasta`în

Ú aanbidden wij, en Ú smeken wij om hulp.

Ihdana-s-sirâta-l-mustaqîm

Leid ons op het rechte pad.

Sirâta-lladhîna an`amta `alayhim

Het pad van hen, aan wie U gunsten heeft geschonken

Ghayri-l-magh-dűbi `alayhim wa la-d-dâllîn

Niet hen op wie Uw toorn is, noch de dwalenden.


Dit is mijn eerste les van de Heilige Qur'ân. Ik ben het begonnen met dezelfde zuivere en sublieme verzen die het begin van de Heilige Qur'ân markeren. Ik heb deze verzen niet slechts voor het gebed en zegeningen gekozen, maar het is mijn intentie dat indien Allâh mij de gelegenheid schenkt, dat ik dan die gedeelten van de Heilige Qur'ân zal bespreken, die de Muslims in hun dagelijkse leven en gebeden reciteren. Ik hoop ook commentaar te geven op die verzen, waarmee Allâh mij heeft gezegend om te begrijpen. Ik ben deze reeks van Qur'ânische lessen aangevangen op verzoek van een van mijn vrienden, die in een ander land woont. Hij heeft zijn eigen radiostation en wilt iedere week een lezing uitzenden, die ongeveer vijftien minuten moet duren. Samen zullen er twee en vijftig sessies zijn, zodat dit programma, met de gratie van Allâh, het hele jaar door kan doorgaan.

 

De attributen van Allâh.

 

Laten wij beginnen:

 

“In de naam van Allâh, de Weldadige, de Genadige.”

(Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm).

 

Op één na staat dit vers aan het begin van ieder hoofdstuk van de Heilige Qur'ân. Het wordt niet numeriek ingesloten in het totaal van de verzen van ieder hoofdstuk, omdat het op zichzelf een complete tekst bevat. Het wordt aan het begin van ieder hoofdstuk geplaatst, net zoals een keizerlijke aankondiging, die het zegel van de keizer vertoont, dat zijn naam en titel weergeeft. Het is vereist dat een boek de naam van zijn schrijver op zijn titelblad heeft. Op gelijke wijze dient de eerste daad van enig geopenbaard geschrift te zijn, dat het ons de identiteit geeft van wie het heeft geopenbaard. De Heilige Qur'ân is het enige geschrift waar in het begin wordt verklaard dat het door Allâh is geopenbaard. Aldus wordt in de Heilige Qur'ân aangekondigd: “Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm”, In de naam van Allâh, de Weldadige, de Genadige. Dit geeft aan dat dit Boek van het Wezen afkomstig is, Wiens naam Allâh is, en Die Al-Rahmân (de Weldadige) en Al-Rahîm (de Genadige) is. Allâh is de geëigende naam, hetgeen betekent ‘Degene Die Volmaakt is in voortreffelijkheid en goedheid’. Met Zijn voortreffelijkheid wordt bedoeld Zijn attributen, die hun volmaaktheid hebben bereikt in Zijn Wezen. Dit wordt verder gesteld in het eerste hoofdstuk (Sűrat al-Fâtihah) als: “Alle lof komt toe aan Allâh, de Heer der werelden (Rabb – Degene Die alles tot volmaaktheid brengt)”. Met ‘volmaaktheid van goedheid’ in de naam van Allâh wordt bedoeld, dat het niet beperkt is tot Zijn Eigen Persoon, maar dat het Zijn schepping iedere moment ten goede komt. Indien bijvoorbeeld iemand kennis bezit of rijkdom, maar zijn weldaad tot zijn eigen persoon is beperkt en het niet bijdraagt aan het welzijn van anderen, dan is dit attribuut onvolkomen. De goedheid van Allâh gemanifesteerd door Zijn attributen van:

 

  1. Rabbi-l-`âlamîn (Heer der werelden)
  2. Al-Rahmân (de Weldadige)
  3. Al-Rahîm (de Genadige)
  4. Mâliki yawmi-d-dîn (Meester van de Dag der Vergelding),

 

voorziet de hele schepping van weldaden op ieder moment op deze wereld en in het Hiernamaals.

 

Er zijn talloze attributen van Allâh; ik zal nu uitwijden over de redenen waarom de twee attributen van Al-Rahmân (de Weldadige) en Al-Rahîm (de Genadige) hier worden vermeld. Laten wij eerst de betekenis van Al-Rahmân en Al-Rahîm begrijpen. Deze beide woorden zijn afgeleid van het wortelwoord rahmah, welke duidt op tederheid die uitoefening van weldadigheid vereist. Al-Rahmân en Al-Rahîm zijn beide actieve deelwoorden van verschillende afgeleiden die duiden op een intensiteit van betekenis. Al-Rahmân is van de vorm fa`lân in het Arabisch en duidt op de grootste overwicht van de kwaliteit van genade. Met andere woorden, genade is zo overheersend aanwezig in Allâh, dat Hij het gehele universum en zijn wonderen heeft geschapen. In feite heeft Hij de bestaansmiddelen voor  Zijn hele schepping geschapen, het leidende naar zijn doel van bestaan, en de middelen om dit doel te bereiken. Rahîm is van de vorm fa`îl in het Arabisch als een uitdrukking van de constante herhaling en manifestatie van het attribuut; Allâh’s genade ondergaat dus een constante herhaling. Wanneer men op juiste wijze gebruik maakt van de middelen die Allâh ons gegeven heeft uit Zijn weldadigheid, dan vloeit Zijn genade overvloedig en resulteert het keer op keer in een voortreffelijke beloning voor onze inspanningen.

 

De menselijke ziel.

 

Ik zal verder de betekenissen van Al-Rahmân en Al-Rahîm uitleggen in het commentaar van het eerste hoofdstuk Al-Fâtihah. Op dit moment zou ik graag op de bijzondere reden willen wijzen waarom de attributen van Al-Rahmân en Al-Rahîm juist aan het begin van de Heilige Qur'ân zijn vermeld. Het is omdat Allâh de mensheid gezegend heeft met iets, waarmee Hij niets van zijn andere schepselen heeft gezegend, en dat is de geest (h), hetgeen de Heilige Qur'ân verderop vermeldt als:

 

“Toen Ik hem derhalve volkomen heb gemaakt, en in hem Mijn geest heb geblazen.” (15:29)

 

Deze stoffelijke wereld met alles wat daarop is, inclusief het menselijk lichaam, zal op een dag ophouden te bestaan, en wat overblijft is de menselijke geest die Allâh aan de mens heeft gegeven. Deze geest deelt, wanneer het in het lichaam is, alle omstandigheden, goede en slechte daden, die door het lichamen worden ervaren, en vormt een persoonlijkheid op zichzelf, hetgeen de nafs (ziel) wordt genoemd. Door de Heilige Qur'ân. Deze nafs (ziel) worden ten tijde van de dood weggenomen en gaat de wereld Hiernamaals binnen om voor altijd te bestaan. Wat, kan men zich afvragen, is het Goddelijke programma van het koesteren, hervormen, beschermen, en de realisatie van het doel waarvoor dit kostbare entiteit was geschonken? De mens is niet in staat zijn geest te zien, hoewel, hoewel er wel een bewustzijn van zijn bestaan is. Waar gaat deze geest nadat het het lichaam verlaat ten tijde van de dood? Wat is de aard van die spirituele kosmos, en de omstandigheden die het ontmoet? Ons lichamelijk bestaan eindigt hier, maar de geest moet voor altijd blijven bestaan, wat moet men doen voor zijn gezondheid en groei om het doel te realiseren waarvoor het is gegeven? Hoe heeft Allâh’s attribuut van weldadigheid deze urgente en hoogst essentiële behoefte vervuld? De Heilige Qur'ân stelt:

 

“De Weldadige, heeft de Qur'ân onderwezen.” (55:1-2)

 

erop wijzende dat teneinde deze hoogst voortreffelijke kennis te geven, de weldadigheid van Allâh met de Heilige Qur'ân de volle voorziening heeft gegeven. Wanneer een persoon door het gebruik van deze kennis hiernaar handelt, dan is Hij volgens de Heilige Qur'ân “Genadig tegenover de gelovigen” (33:43). Dat wil zeggen, tegenover degenen die geloven en handelen volgens de Heilige Qur'ân is Allâh veelvuldig wendend tot genade, en beloont Hij de mens met die schone zedelijke en spirituele zegeningen, die de giften van het paradijs worden genoemd. Het wordt dus duidelijk hoe schitterend en diepzinnig betekenisvol het vers Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm is aan het begin van de Heilige Qur'ân.

 

Kennis van de Heilige Qur'ân.

 

Een van de betekenissen van de letter ba in Bismi-llâh is “de hulp zoeken van”. Degene die de Heilige Qur'ân leest, wordt dus onderwezen om de hulp van Allâh te vragen, Wiens weldadigheid ons een zegening heeft geschonken als de Heilige Qur'ân. Wij smeken om Zijn genade, opdat Hij ons alle zegeningen moge geven, spiritueel, moreel, wereldlijk, en die met betrekking tot het Hiernamaals, en ons moge belonen met Zijn welbehagen en tevredenheid, hetgeen alleen bereikt kan worden door het volgen van de Heilige Qur'ân. Dit omvat ook het gebed dat de Weldadige, die ons de Heilige Qur'ân heeft gegeven, afsmeekt om alle omstandigheden en voorwaarden te scheppen die bevorderlijk zijn voor onze bevredigende voltooiing van zijn studie. Dit omvat ook een gezond lichaam, een geest die vrij is van zorgen en neigend naar de Heilige Qur'ân. Ook wordt de aandacht van de geest verlangd en een neiging naar gehoorzaamheid, en afwezigheid van enige omstandigheid die de rust en vrede van de lezer zou kunnen verstoren.

 

Het zich beroepen op Allâh’s attribuut van genade houdt verband met de smeekbede tot Degene die oneindige goedheid bezit, zodat Zijn genade iemands geest opent naar Goddelijke ;leiding en complete onderwerping. Het beveiligt ook de menselijke inspanningen zodat zij niet verspild raken, en beschermt hem tegen de verleidingen en de influisteringen van de duivel. Behalve bij het aanvangen van de recitatie van de Heilige Qur'ân, heeft de Heilige Profeet (vrede en zegeningen van Allâh zij met hem) de Muslims aangespoord om Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm aan het begin van iedere taak te zeggen met de woorden:

 

“Iedere taak die niet begonnen wordt met de recitatie van Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm, is verstoken van zegeningen.”

 

Wanneer een persoon het dus op deze wijze reciteert, smeekt hij Allâh voor Zijn weldadigheid om op voorhand iedere taak volbracht en voltooid te laten worden, en om Zich met Zijn genade tot de smekende te wenden. Wanneer Zijn eigenschap van genade aldus wordt aangeroepen, beloont het de menselijke pogingen met resultaten, waartoe alleen Hij in staat is deze te schenken.

 

Het is opmerkelijk dat de Heilige Profeet het woord ‘zegeningen’ heeft gebruikt in zijn bovenstaande uitspraak. Het Arabische woord voor zegening is barkat, wat ‘goedheid dat voor altijd voortduurt’ betekent. Een persoon die Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm opzegt bij elke onderneming van hem, draagt het, door het aanroepen van de naam van Allâh, op aan Allâh. Indien hij dan succes of mislukking ontmoet in het volbrengen daarvan, wordt hij toch door Allâh beloond voor zijn inspanningen. De beloningen van deze wereld zijn, uiteraard, tijdelijk; voor degene wiens werken voor Allâh zijn, de werkelijke bonus zal in het Hiernamaals zijn, welke eeuwigdurend is.

 

Door het bevelen van het opzeggen van Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm, wordt ook een grote hervorming van de mens gewenst. Een persoon die voordat hij een taak begint, met aandacht en begrip ‘In naam van Allâh, de Weldadige, de Genadige’ opzegt, zal zich onthouden van elke daad die kwaad of onaangenaam in de ogen van Allâh is. Dit is taqwâ (zich onthouden van het kwaad, vervullen van de plichten), hetgeen herhaaldelijk in de Heilige Qur'ân en de Hadith wordt vermeld.

 

 

§    De attributen van Allâh

§    De menselijke ziel

§     Kennis van de Heilige Qur'ân