Moe`ârif oel-Qoer'ân

 

Lessen in de Koran – 2

 

 

Al-Fâtihah

Home

 

 

 

Door N.A. Faruqui

Vertaald door

R. Ghafoerkhan

 

Copyright:

Stichting Ahmadiyya Isha’at-i-Islam

 

Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm

In naam van Allâh, de Weldadige, de Genadige

Al-hamdu li-llâhi Rabbi-l-`âlamîn

Alle lof komt toe aan Allâh, de Heer der Werelden.

Ar-Rahmâni-r-Rahîm

De Weldadige, de Genadige.

Mâliki yawmi-d-dîn

Meester van de Dag der Vergelding.

Iyyâka na’budu wa iyyâka nasta`în

Ú aanbidden wij, en Ú smeken wij om hulp.

Ihdana-s-sirâta-l-mustaqîm

Leid ons op het rechte pad.

Sirâta-lladhîna an`amta `alayhim

Het pad van hen, aan wie U gunsten heeft geschonken

Ghayri-l-magh-dűbi `alayhim wa la-d-dâllîn

Niet hen op wie Uw toorn is, noch de dwalenden.


De wijsheid van Al-Fâtihah

 

Dit is een vertaling van de welbekende soera Al-Fâtihah, die door iedere Moslim van buiten wordt geleerd en in iedere rakaat (eenheid) van zijn gebed wordt gereciteerd. Het wordt in wezen door iedereen gelezen die begint met de studie van de Heilige Qoraan, en ook bij andere gelegenheden. Ik dacht daarom dat het gepast was, en in feite noodzakelijk, om dit in mijn lezingenreeks op te nemen. De Heilige Profeet Muhammad (vrede en zegeningen van Allâh zij met hem) heeft gezegd:

 

“Aan mij zijn twee zegeningen gegeven, die geen enkele andere profeet heeft ontvangen; een van deze is de soera Al-Fâtihah en de andere is de laatste roekoe (paragraaf) van Al-Baqarah (het tweede hoofdstuk van de Heilige Qoraan).”

 

Hoezeer was zijn uitspraak waar, omdat deze twee gedeeltes van de Heilige Qoraan een zee van kennis, wijsheid en leiding bevatten. Ik zal niet over gaan tot de ingewikkelde diepgang hiervan teneinde het simpel en gemakkelijk te begrijpen te houden. Ik ben echter verplicht tot bepaalde details over te gaan, anders zou ik geen recht doen aan dit hoogst voortreffelijke hoofdstuk van de Heilige Qoraan. Het is belangrijk zich bewust te zijn van de spirituele kennis, wijsheid en essentiële beginselen van leiding in de soera Al-Fâtihah, omdat het verscheidene malen per dag wordt gereciteerd door iedere Moslim. Behalve dat de Heilige Profeet het “de meest voortreffelijke openbaring die geen andere profeet heeft ontvangen” heeft genoemd, heeft hij het ook de naam Umm al-Kitâb, d.i de Grondslag van het Boek, gegeven. Wij kunnen dus inzien dat er een kritieke noodzakelijkheid is om het te begrijpen. Aan het einde van mijn lezing over dit hoofdstuk zal ik erop wijzen, dat de Al-Fâtihah niet alleen uniek is als zijnde de opening van de Heilige Qoraan, maar dat het ook het meest voortreffelijke gebed is voor de mens tijdens moeilijke momenten in zijn leven. Het is daarom verplicht de onmetelijke en veelomvattende materie van deze verzen te begrijpen.

 

Ik heb eerder het vers Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm (In de naam van Allâh, de Weldadige, de Genadige) behandeld. Ik zal het kort samenvatten voor degenen die er niet bekend mee zijn. Ieder hoofdstuk van de Heilige Qoraan bevat een compleet onderwerp. De woorden “In de naam van Allâh, de Weldadige, de Genadige” die aan het begin van ieder hoofdstuk staan, wijzen erop dat het door Allâh is geopenbaard, Die uit Zijn gratie ons alle middelen heeft gegeven voor onze fysieke bestaan en vooruitgang. Niet alleen dat, maar Hij heeft ons de buitengewone en prachtige gift van de geest gegeven voor een leven dat eeuwig duurt. Voor de ontwikkeling en vooruitgang van ons eeuwige spirituele leven heeft Hij de Heilige Qoraan geopenbaard. Dit alles ligt besloten in het woord Al-Rahmân (de Weldadige). Het attribuut van Al-Rahîm (de Genadige) wijst erop, dat indien iemand die Heilige Qoraan leest, handelt volgens zijn leringen, hij zich dan spiritueel en moreel zal ontwikkelen, en vrede zal bereiken in deze wereld en in het Hiernamaals als een speciale gift. De letter ba in Bismi-llâh betekent ook dat men begint in de naam van Allâh en dat men Zijn bijstand zoekt. Hij verzoekt de Weldadige, Die de Heilige Qoraan heeft geopenbaard, dat Hij de smekende uit Zijn genadige zal zegenen met zijn kennis en begrip, en hem de bekwaamheden te geven daarnaar te handelen, zodat hij is staat is de verheven doelstellingen van de Qoraanische openbaring te bereiken.

 

De menselijke zoektocht naar God

 

De mens vraagt zich af Wie de Schepper is van dit grote universum, waarin zelfs een enkele atoom zo’n wonder der schepping is. De mens wil weten Wie of Wat Hij is. Hij zou graag de namen en attributen weten van dit Goddelijk Wezen. Vervolgens rijst de vraag op, of de Schepper en Onderhouder van dit grote universum twee afzonderlijke entiteiten zijn, of dat het het werk van Eén Goddelijk Wezen is. Waarom schiep dit Goddelijk Wezen de aarde en al het leven daarop? Wat is de positie van de mens in deze schepping? Wat is de relatie tussen de mens en het Goddelijk Wezen? Wat is het doel van de schepping van de mens? Wat voor soort inspanningen moet men verrichten om het doel van zijn schepping te bereiken? Verschillende machten en volken volgen hun eigen richting. Een ieder beschouwt zijn manier van denken als de juiste. Welke is dan het rechte pad uit dit doolhof? Hoe kan men erachter komen of de weg die men volgt de juiste is? Heeft iemand het doel van zijn bestaan bereikt door dit pad te betreden? Wat zijn de consequenties indien men dit pad niet volgt? Immers, er waren geopenbaarde geschriften voor alle vroegere volkeren, maar heden zijn er, waarin geen spoor van openbaring kan worden gevonden, en volgen zij hun eigen individuele wegen.

 

Alle lof komt toe aan Allâh

In Al-hamdu li-llâh duiden de letters alif en lâm (al) op het ergens verdiept in zijn in de zin van geheelheid (d.i. ware, onvervalste en exclusieve lof). Dus alle lof komt toe aan Allâh, Die de Rabb (Heer, Degene Die grootbrengt tot volmaaktheid) is van het gehele universum, alle schepselen en alle volkeren. Allâh is de geëigende naam van het Goddelijk Wezen, zoals ik eerder heb vermeld in mijn behandeling van “In naam van Allâh, de Weldadige, de Genadige”. Het is de eerste verplichting van elk geopenbaard geschrift, dat het de lezer dient te informeren over de identiteit van Degene Die verantwoordelijk is voor zijn openbaring, en het doel daarachter. De Heilige Qoraan is het enige boek van die klasse, dat ons in het allereerste begin vertelt in het vers “In naam van Allâh, de Weldadige, de Genadige”, dat de naam van zijn auteur Allâh is. De overvloed van weldadigheid in Zijn natuur leidde tot de schepping van de mensheid en de openbaring van dit Boek voor zijn leiding. Indien de mens deze leiding volgt, dan stelt dit Allâh’s genade in werking en Hij beloont hem in dit leven en in het Hiernamaals met eeuwige zaligheid. Het meest opmerkenswaardige van deze zegeningen is die, welke voor de mens was geschapen en die later zal worden vermeld. Degenen die bekend zijn met de huidige toestand van de wereld weten dat het communisme en het materialisme de verspreiding van atheďsme hebben bevorderd. Hoe kunnen degenen die niet geloven in het bestaan van God accepteren dat Hij een Boek heeft geopenbaard? Ik zal, in shâ’a-llâh (bij de gratie van Allâh), dit toevoegen in de behandeling van het eerste vers van Al-Fâtihah, d.i. “Alle lof komt toe aan Allâh, de Heer (Rabb) der werelden”.

Bewijs van het bestaan van het Goddelijk Wezen

Ik zou graag willen opmerken dat het bestaan van het Goddelijk Wezen de basis van alle geloven is. De getuigenis van honderdvierentwintigduizend profeten, daarbij toegevoegd die van miljoenen rechtschapen dienaren van Allâh, en het bewijs verschaft door geopenbaarde geschriften is zo’n krachtig argument ten gunste van de waarheid, dat het niet door een intelligent persoon kan worden ontkend. Gerechtshoven kunnen grote disputen beslissen op grond van zelfs één betrouwbare getuige. Hier hebben wij de getuigenissen van duizenden waarheidlievenden, dat er een Goddelijk Wezen is met Wie zij in gemeenschap hebben verkeerd. Degenen die hen volgen met een volmaakte onderwerping zijn ook in staat deze zegening te verkrijgen.

Indien wij ons gezond verstand gebruiken dan wordt het zeer duidelijk, dat elke atoom in dit immense en intrigerende universum een getuigenis is van, en duidelijk de aanwezigheid manifesteert van het Goddelijk Wezen. Om deze eigenste reden is de wetenschap, die aanvankelijk een atheďstische filosofie aannam, nu gedwongen toe te geven, dat dit universum een Schepper heeft Die Eén is, omdat de gehele schepping verplicht is dezelfde universele wet te volgen. Zelfs de eigen menselijke natuur verschaft uiteindelijk de getuigenis in de richting van het bestaan van een Goddelijk Wezen. Ten tijde van wanhoop en moeilijkheden schreeuwen alle mensen spontaan uit voor Goddelijke hulp.

Waarom dan, kan men zich afvragen, is de ontkenning van het bestaan van God zo’n algemeen praktijk geworden in deze tijd en plaats? Ik zal, in shâ’a-llâh, het antwoord hierop verschaffen uit de inleidende verzen van Al-Fâtihah, aangezien mijn toebedeelde tijd nu verstreken is. “En niemand wordt de gelegenheid gegeven behalve met het verlof van Allâh, de Meest Hoge, de Grote.

 

 

§     De wijsheid van Al-Fâtihah

§     De menselijke zoektocht naar God

§     Alle lof komt toe aan Allâh

§     Bewijs van het bestaan van het Goddelijk Wezen