|
Door N.A.
Faruqui
Vertaald
door
R. Ghafoerkhan
Copyright:
Stichting Ahmadiyya Isha’at-i-Islam
|
|
Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm
|
In naam van Allâh, de
Weldadige, de Genadige
|
|
Al-hamdu li-llâhi
Rabbi-l-`âlamîn
|
Alle lof komt toe aan Allâh,
de Heer der Werelden.
|
|
Ar-Rahmâni-r-Rahîm
|
De Weldadige, de Genadige.
|
|
Mâliki yawmi-d-dîn
|
Meester van de Dag der
Vergelding.
|
|
Iyyâka na’budu wa iyyâka
nasta`în
|
Ú aanbidden wij, en Ú smeken
wij om hulp.
|
|
Ihdana-s-sirâta-l-mustaqîm
|
Leid ons op het rechte pad.
|
|
Sirâta-lladhîna an`amta `alayhim
|
Het pad van hen, aan wie U
gunsten heeft geschonken
|
|
Ghayri-l-magh-dűbi
`alayhim wa la-d-dâllîn
|
Niet hen op wie Uw toorn is, noch
de dwalenden.
|
De wijsheid van Al-Fâtihah
Dit is een vertaling van de
welbekende soera Al-Fâtihah, die door iedere Moslim van buiten
wordt geleerd en in iedere rakaat (eenheid) van zijn gebed wordt gereciteerd.
Het wordt in wezen door iedereen gelezen die begint met de studie van de
Heilige Qoraan, en ook bij andere gelegenheden. Ik dacht daarom dat het
gepast was, en in feite noodzakelijk, om dit in mijn lezingenreeks op te
nemen. De Heilige Profeet Muhammad (vrede en zegeningen van Allâh zij
met hem) heeft gezegd:
“Aan mij
zijn twee zegeningen gegeven, die geen enkele andere profeet heeft ontvangen;
een van deze is de soera Al-Fâtihah en de andere is de laatste
roekoe (paragraaf) van Al-Baqarah (het tweede hoofdstuk van de Heilige
Qoraan).”
Hoezeer was zijn uitspraak waar,
omdat deze twee gedeeltes van de Heilige Qoraan een zee van kennis, wijsheid
en leiding bevatten. Ik zal niet over gaan tot de ingewikkelde diepgang
hiervan teneinde het simpel en gemakkelijk te begrijpen te houden. Ik ben
echter verplicht tot bepaalde details over te gaan, anders zou ik geen recht
doen aan dit hoogst voortreffelijke hoofdstuk van de Heilige Qoraan. Het is
belangrijk zich bewust te zijn van de spirituele kennis, wijsheid en
essentiële beginselen van leiding in de soera Al-Fâtihah, omdat
het verscheidene malen per dag wordt gereciteerd door iedere Moslim. Behalve
dat de Heilige Profeet het “de meest voortreffelijke openbaring die geen
andere profeet heeft ontvangen” heeft genoemd, heeft hij het ook de naam Umm
al-Kitâb, d.i de Grondslag van het Boek, gegeven. Wij kunnen dus inzien
dat er een kritieke noodzakelijkheid is om het te begrijpen. Aan het einde
van mijn lezing over dit hoofdstuk zal ik erop wijzen, dat de Al-Fâtihah
niet alleen uniek is als zijnde de opening van de Heilige Qoraan, maar dat
het ook het meest voortreffelijke gebed is voor de mens tijdens moeilijke
momenten in zijn leven. Het is daarom verplicht de onmetelijke en
veelomvattende materie van deze verzen te begrijpen.
Ik heb eerder het vers Bismi-llâhi-r-Rahmâni-r-Rahîm
(In de naam van Allâh, de Weldadige, de Genadige) behandeld. Ik zal het kort
samenvatten voor degenen die er niet bekend mee zijn. Ieder hoofdstuk van de
Heilige Qoraan bevat een compleet onderwerp. De woorden “In de naam van Allâh,
de Weldadige, de Genadige” die aan het begin van ieder hoofdstuk staan,
wijzen erop dat het door Allâh is geopenbaard, Die uit Zijn gratie ons alle
middelen heeft gegeven voor onze fysieke bestaan en vooruitgang. Niet alleen
dat, maar Hij heeft ons de buitengewone en prachtige gift van de geest
gegeven voor een leven dat eeuwig duurt. Voor de ontwikkeling en vooruitgang
van ons eeuwige spirituele leven heeft Hij de Heilige Qoraan geopenbaard. Dit
alles ligt besloten in het woord Al-Rahmân (de Weldadige). Het
attribuut van Al-Rahîm (de Genadige) wijst erop, dat indien
iemand die Heilige Qoraan leest, handelt volgens zijn leringen, hij zich dan
spiritueel en moreel zal ontwikkelen, en vrede zal bereiken in deze wereld en
in het Hiernamaals als een speciale gift. De letter ba in Bismi-llâh
betekent ook dat men begint in de naam van Allâh en dat men Zijn bijstand
zoekt. Hij verzoekt de Weldadige, Die de Heilige Qoraan heeft geopenbaard,
dat Hij de smekende uit Zijn genadige zal zegenen met zijn kennis en begrip,
en hem de bekwaamheden te geven daarnaar te handelen, zodat hij is staat is
de verheven doelstellingen van de Qoraanische openbaring te bereiken.
De
menselijke zoektocht naar God
De mens vraagt zich af Wie de
Schepper is van dit grote universum, waarin zelfs een enkele atoom zo’n
wonder der schepping is. De mens wil weten Wie of Wat Hij is. Hij zou graag
de namen en attributen weten van dit Goddelijk Wezen. Vervolgens rijst de
vraag op, of de Schepper en Onderhouder van dit grote universum twee afzonderlijke
entiteiten zijn, of dat het het werk van Eén Goddelijk Wezen is. Waarom
schiep dit Goddelijk Wezen de aarde en al het leven daarop? Wat is de positie
van de mens in deze schepping? Wat is de relatie tussen de mens en het
Goddelijk Wezen? Wat is het doel van de schepping van de mens? Wat voor soort
inspanningen moet men verrichten om het doel van zijn schepping te bereiken?
Verschillende machten en volken volgen hun eigen richting. Een ieder
beschouwt zijn manier van denken als de juiste. Welke is dan het rechte pad
uit dit doolhof? Hoe kan men erachter komen of de weg die men volgt de juiste
is? Heeft iemand het doel van zijn bestaan bereikt door dit pad te betreden?
Wat zijn de consequenties indien men dit pad niet volgt? Immers, er waren
geopenbaarde geschriften voor alle vroegere volkeren, maar heden zijn er,
waarin geen spoor van openbaring kan worden gevonden, en volgen zij hun eigen
individuele wegen.
Alle
lof komt toe aan Allâh
In Al-hamdu
li-llâh duiden de letters alif en lâm (al) op het
ergens verdiept in zijn in de zin van geheelheid (d.i. ware, onvervalste en
exclusieve lof). Dus alle lof komt toe aan Allâh, Die de Rabb (Heer,
Degene Die grootbrengt tot volmaaktheid) is van het gehele universum, alle
schepselen en alle volkeren. Allâh is de geëigende naam van het
Goddelijk Wezen, zoals ik eerder heb vermeld in mijn behandeling van “In naam
van Allâh, de Weldadige, de Genadige”. Het is de eerste verplichting van elk
geopenbaard geschrift, dat het de lezer dient te informeren over de identiteit
van Degene Die verantwoordelijk is voor zijn openbaring, en het doel
daarachter. De Heilige Qoraan is het enige boek van die klasse, dat ons in
het allereerste begin vertelt in het vers “In naam van Allâh, de Weldadige,
de Genadige”, dat de naam van zijn auteur Allâh is. De overvloed van
weldadigheid in Zijn natuur leidde tot de schepping van de mensheid en de
openbaring van dit Boek voor zijn leiding. Indien de mens deze leiding volgt,
dan stelt dit Allâh’s genade in werking en Hij beloont hem in dit leven en in
het Hiernamaals met eeuwige zaligheid. Het meest opmerkenswaardige van deze
zegeningen is die, welke voor de mens was geschapen en die later zal worden
vermeld. Degenen die bekend zijn met de huidige toestand van de wereld weten
dat het communisme en het materialisme de verspreiding van atheďsme hebben
bevorderd. Hoe kunnen degenen die niet geloven in het bestaan van God
accepteren dat Hij een Boek heeft geopenbaard? Ik zal, in shâ’a-llâh
(bij de gratie van Allâh), dit toevoegen in de behandeling van het eerste
vers van Al-Fâtihah, d.i. “Alle lof komt toe aan Allâh, de Heer
(Rabb) der werelden”.
Bewijs
van het bestaan van het Goddelijk Wezen
Ik zou
graag willen opmerken dat het bestaan van het Goddelijk Wezen de basis van
alle geloven is. De getuigenis van honderdvierentwintigduizend profeten,
daarbij toegevoegd die van miljoenen rechtschapen dienaren van Allâh, en het
bewijs verschaft door geopenbaarde geschriften is zo’n krachtig argument ten
gunste van de waarheid, dat het niet door een intelligent persoon kan worden
ontkend. Gerechtshoven kunnen grote disputen beslissen op grond van zelfs één
betrouwbare getuige. Hier hebben wij de getuigenissen van duizenden
waarheidlievenden, dat er een Goddelijk Wezen is met Wie zij in gemeenschap
hebben verkeerd. Degenen die hen volgen met een volmaakte onderwerping zijn
ook in staat deze zegening te verkrijgen.
Indien
wij ons gezond verstand gebruiken dan wordt het zeer duidelijk, dat elke
atoom in dit immense en intrigerende universum een getuigenis is van, en duidelijk
de aanwezigheid manifesteert van het Goddelijk Wezen. Om deze eigenste reden
is de wetenschap, die aanvankelijk een atheďstische filosofie aannam, nu
gedwongen toe te geven, dat dit universum een Schepper heeft Die Eén is,
omdat de gehele schepping verplicht is dezelfde universele wet te volgen.
Zelfs de eigen menselijke natuur verschaft uiteindelijk de getuigenis in de
richting van het bestaan van een Goddelijk Wezen. Ten tijde van wanhoop en
moeilijkheden schreeuwen alle mensen spontaan uit voor Goddelijke hulp.
Waarom
dan, kan men zich afvragen, is de ontkenning van het bestaan van God zo’n
algemeen praktijk geworden in deze tijd en plaats? Ik zal, in shâ’a-llâh,
het antwoord hierop verschaffen uit de inleidende verzen van Al-Fâtihah,
aangezien mijn toebedeelde tijd nu verstreken is. “En niemand wordt de
gelegenheid gegeven behalve met het verlof van Allâh, de Meest Hoge, de
Grote.”
|
§ De wijsheid van Al-Fâtihah
§
De menselijke zoektocht naar God
§
Alle lof komt toe aan Allâh
§ Bewijs van het bestaan van het Goddelijk Wezen
|