|
Anwaroel Qoeraan Uitleg van de Heilige Koran door Dr. Basharat Ahmad |
Bismillahi
r-Rahmani r-Rahim In naam van Allah, de Weldadige, de
Genadevolle |
|
|
|
|
|
|
Vertaald door R. Ghafoerkhan Uitgever: Stichting Ahmadiyya
Isha’at-i-Islam |
De Heilige Koran begint met bovenstaand vers en met uitzondering van
hoofdstuk 9, At-Tawbah (Het Berouw), begint ieder hoofdstuk hiermee.
Dit vers werd aan het begin van de openbaring van ieder hoofdstuk aan de
Heilige Profeet (s.a.w.) geopenbaard en hierdoor wist hij dat er een
nieuw hoofdstuk was begonnen. Het is een op zichzelf staand vers en is zo
omvangrijk in betekenis dat het, net zoals de Fatihah als de essentie
van de Heilige Koran wordt beschouwd, wordt gezien als de samenvatting van de
Fatihah. Het is met andere woorden een samenvatting binnen de
samenvatting van de gehele Koran. De vertaling van dit vers is: In naam
van Allah, de Weldadige, de Genadevolle. Hier betekent bi in de uitdrukking bi-smi ‘de
bijstand (van Allah) zoeken’. Het is duidelijk dat er een werkwoord is
weggelaten voor bismi en indien wij de Heilige Koran grondig
bestuderen, dan zullen wij inzien dat het ontbrekende werkwoord Iqra’
(Lees) is, daar de Hadies vermeldt dat, toen de Heilige Profeet bezig was met
zijn geregelde devoties in de Grot Hira, de engel Gabriël tot hem kwam met
het gebod: Iqra’! (Lees!). Hij antwoordde dat hij niet wist te lezen.
De engel herhaalde het gebod drie maal en in alle drie gevallen gaf hij
hetzelfde antwoord. Bij de vierde maal echter openbaarde de engel dit vers
tot hem: Iqra’! Bismi Rabbika-llazi galaq (Lees! In naam van uw Heer
die schept). Vervolgens begon de Heilige Profeet te reciteren. Uit dit vers is het duidelijk dat het werkwoord dat is weggelaten
voor Bismi-llah alleen Iqra’ (Lees) kan zijn. Dit werkwoord is
weggelaten, omdat wanneer een persoon begint te lezen, het overbodig en tegen
de regels van welbespraaktheid zou zijn hem de opdracht Lees! te geven.
Er zit ook een subtiel punt van wijsheid in het weglaten van de opdracht om
te lezen (Iqra’!), daar dit bevel, Lees!, slechts van
toepassing is op een persoon die begint met het lezen van de Heilige Koran,
maar wanneer hij bezig is met andere werkzaamheden, dan kan hem niet gezegd
worden te lezen, maar kan hij wel altijd de uitdrukking Bismi-llahi
r-Rahmani r-Rahim gebruiken zonder het door enig woord vooraf te laten
gaan. Een persoon kan niet alleen Allah’s hulp inroepen door het reciteren
van dit vers wanneer hij de Heilige Koran leest, maar ook wanneer hij elke
andere taak uitvoert. De Hadies getuigt van dit punt wanneer het zegt: “Elk
werk dat begonnen wordt zonder de recitatie van Bismi-llahi r-Rahmani
r-Rahim ontvangt Allah’s zegeningen niet.” Om te begrijpen waarom deze twee attributen specifiek zijn gekozen en
geplaatst in dit vers, zullen wij hun betekenis dieper moeten onderzoeken. Allah
is de geëigende naam van de Almachtige en dit is Zijn Grote Naam, waarvan het
uiten zegeningen brengt op de dienaar. Het is een samenvatting van al Zijn
attributen. Het is niet afgeleid van het woord ilah (god), omdat deze
term wordt gebruikt voor andere godheden naast Allah. Anderzijds werd de naam
Allah nooit voor enige andere god gebruikt dan het Opperwezen Zelf,
niet in de pre-Islamitische tijden, noch daarna. Het is ook geen afkorting
van al-ilah (de god) omdat, indien het zo was, het voorafgegaan zou
zijn door het woord ya (O), en de alif lam (al - het
lidwoord van bepaaldheid) zou komen te vervallen. De uitdrukking zou dan als ya
lah (O god!) gelezen worden en niet als ya Allah (O Allah!).
Bijvoorbeeld, Ar-Rahman (de Weldadige) is een attribuut van Allah,
maar wanneer wij Hem aanroepen met dit attribuut door ya te gebruiken,
dan zeggen wij niet ya Ar-Rahman maar ya Rahman (O Weldadige!).
Het is duidelijk dat alif lam (al - het lidwoord van
bepaaldheid) in Allah geen bij- of voorvoegsel is, maar een intrinsiek
gedeelte van de naam Allah vormt, wat een afzonderlijk woord is en
Zijn persoonlijke naam. Slechts in de Arabische naam vinden wij de juiste
naam voor de Almachtige en dat is Allah. De betekenis van Allah wordt door de Heilige Koran zelf
verklaard wanneer het zegt: Lahoe l-asma’oe l-hoesna (Aan Hem behoren alle
schone namen toe – 59:24), of: Hij is het Wezen Dat een verzameling is van
alle volmaakte attributen. Nu kan geen attribuut volmaakt genoemd worden
tenzij het is vanwege de schoonheid en nut ervan. Met andere woorden, dat
attribuut dient enerzijds vrij te zijn van onvolmaaktheid, gebreken en
tekorten en dient in schoonheid volmaakt te zijn, en anderzijds dient het nut
ervan zich tot allen uit te strekken. Vriendelijkheid bijvoorbeeld is een
schoon attribuut en kan in volmaakte vorm in iedere persoon aanwezig zijn,
maar indien de mensen niet van deze vriendelijkheid profiteren, dan is het
bestaan van dat attribuut van geen belang. De attributen van Allah zijn dus
niet alleen op zichzelf volmaakt, maar zij zijn ook volmaakt in hun nut en
het is door dit nut dat alle schepsels zijn ontstaan en voorzien zijn van
levensonderhoud van de geboorte tot de dood. Ar-Rahman (de
Weldadige) is dat Wezen Wiens genade zo omvangrijk is dat Hij de mens,
voordat hij is geboren en zonder enige inspanning van zijn zijde, voorziet. Ar-Rahim
(de Genadige) is Degene Wiens genade veelvuldig optreedt en Die de mens
beloont voor zijn inspanningen met steeds grotere en hogere beloningen. Aldus
zegt de Hadies dat Allah Rahman is in deze wereld en Rahim in
het Hiernamaals. Alles waarin de mens op voorhand is voorzien op deze wereld is het
gevolg van Allah’s attribuut van Rahmaniyyat, en wanneer de mens zich
inspant gebruik te maken van deze voorzieningen, treedt het attribuut van Rahimiyyat
in werking en Hij schenkt hem in overvloed voor zijn inspanningen. De aarde,
water, vuur, de zon, de maan en de regen zijn alle voorbeschikte geschenken
van Allah’s Rahmaniyyat. Indien de mens de aarde omploegt, het
irrigeert en één zaad daarop zaait, dan zal hij daarvoor zevenhonderd zaden
terug krijgen. Dit is Allah’s Rahimiyyat in werking. Op gelijke wijze
zijn aan de mens door Allah’s Rahmaniyyat ogen, oren, handen, voeten,
intelligentie en kennis gegeven en wanneer hij deze gaven van Allah benut,
dan oogst hij menigvuldige opbrengsten via Allah’s Rahimiyyat. Wanneer de mens een bepaald werk begint met Bismi-llahi r-Rahmani
r-Rahim, dan is dit een erkenning van Allah’s gunsten en een uitdrukking
van dankbaarheid jegens Hem voor deze zegeningen van Zijn Rahmaniyyat.
Ten eerste smeekt hij Allah voor kennis via Zijn Rahmaniyyat en
vervolgens voor leiding in het gebruik van die kennis op een wijze die hem
zal helpen zijn doelen te bereiken. Ten tweede roept hij de hulp van Allah’s Rahimiyyat
in, zodat zijn daden de beste vruchten zullen dragen. Laten wij het geval
beschouwen van een chirurg die op het punt staat een operatie uit te voeren.
Wanneer hij zegt Bismi-llahi r-Rahmani r-Rahim dan zoekt hij ten
eerste Allah’s hulp en erkent hij ook Zijn gratis aan hem geschonken gaven in
de vorm van ogen, oren, handen, voeten, intelligentie, instrumenten en
medicijnen welke hij op het punt staat te gebruiken. Hij zoekt ook Allah’s
hulp in het verkrijgen van de juiste kennis en het gebruiken daarvan op die
wijze, dat het hem zal helpen zijn doel te bereiken. Ten tweede zoekt hij
verder hulp via Allah’s Rahimiyyat opdat de operatie succesvol zal
zijn en de beste en hoogste resultaten zal produceren. Insgelijks, wanneer een persoon de Heilige Koran begint te lezen, dan
betekent dit dat hij: -
de Goddelijke
gift van de Heilige Koran erkent die Allah als een gratis geschenk aan de
mens heeft geschonken, zoals de Heilige Koran zegt: “De Rahman
(Weldadige) heeft de Koran onderwezen” (55:1-2), en -
Allah’s hulp
inroept voor het verkrijgen van de juiste kennis daarvan, zodat hij zijn
levensdoelen kan bereiken. Daarnaast zoekt hij via Allah’s Rahimiyyat steeds betere
resultaten van zijn daden. Via het attribuut van Rahman smeekt hij
Allah voor volmaaktheid van zijn kennis en via het attribuut van Rahim
smeekt hij voor volmaakte resultaten in zijn daden. In Bismi-llahi r-Rahmani r-Rahim wordt de bi, wat ‘met
de bijstand van (Allah)’ betekent, in Soerat al-Fatihah weergegeven
door Iyyaka na`boedoe wa iyyaka nasta`in (U aanbidden wij en U smeken
wij om hulp). Op gelijke wijze bevat Ar-Rahman in het bovenstaande
vers in zichzelf een verborgen gebed dat in Soerat al-Fatihah is: Ihdina
s-sirata l-moestaqim (Leid ons op het rechte pad). Het is duidelijk dat
de volmaakte kennis van het rechte pad slechts via Allah’s attribuut van Rahmaniyyat
verkregen kan worden. Ar-Rahman in het bovenstaande vers bevat een
gebed voor al die zegeningen die in Soerat al-Fatihah wordt
weergegeven door: Sirata llazina an`amta `alayhim (Het pad van hen op
wie U gunsten heeft geschonken). Bismi-llahi r-Rahmani r-Rahim is dus niet alleen een samenvatting van Soerat al-Fatihah,
maar het is ook een samenvatting van de gehele Koran en wie ook de juiste
kennis van de Heilige Koran krijgt en wie ook dienovereenkomstig volmaaktheid
in zijn daden bereikt, zal zowel succesvol zijn in dit leven als in het
Hiernamaals. Hazrat Mirza Ghulam Ahmad sahib, de stichter van de Ahmadiyya
Beweging, heeft in zijn boek I`djazoe l-Masih (Wonderen van de
Messias) een subtiele mystieke uitleg gegeven van die successen, waarvan een
korte samenvatting als volgt is: “Wanneer Allah, de Allerhoogste, Die
Volmaakt is in schoonheid en goedheid, gratis genade en onbegrensde gunsten
schenkt aan een dienaar via Zijn attribuut van Rahmaniyyat, dan
ontwikkelt de dienaar een liefde voor dit unieke Wezen. Wanneer Allah’s wolk
van schoonheid en zegeningen steeds meer en overvloediger onophoudelijk op
hem regent, dan neemt de liefde van de dienaar voor zijn Heer
dienovereenkomstig toe. Het is een feit dat, net zoals de liefde voor iets
groeit in het hart van een mens, ook hij veel meer overvloedig wordt in zijn
lof en waardering daarvoor. Wanneer een persoon dus het hoogste punt van
liefde voor Allah bereikt en zijn lof voor de Almachtige volmaakt is
geworden, dan wordt hij Ahmad genoemd, hetgeen betekent ‘hij die meest
overstelpend en overvloedig is in zijn lof voor Allah’.” Het is zeer duidelijk dat, hoe meer een persoon Allah prijst en Zijn
lof aan de wereld verkondigt, hoe meer die persoon op gelijke wijze geliefd
wordt in de ogen van Allah met in achtneming van Zijn attribuut van Rahimiyyat.
Hoe meer zijn status van ‘geliefde’ stijgt in Allah’s achting, hoe waardiger
hij wordt in lof en eer. Indien een persoon dus door zijn lof voor Allah de uiterste grens van
de liefde voor Hem bereikt, dan wordt hij zelf degene die lof en eer ten
zeerste verdient en hem wordt dan de naam Mohammad gegeven, hetgeen
betekent ‘hij die ten zeerste wordt geprezen’. De twee namen van onze Heilige Profeet, Ahmad en Mohammad, zijn dus inderdaad de reflecties van Allah’s attributen van respectievelijk Rahman en Rahim, en deze namen brengen die nobele en indrukwekkende resultaten voort die worden verkregen wanneer de hulp van Allah wordt gezocht door middel van deze twee attributen (Rahman en Rahim). Daarnaast zijn er geen andere namen die meer opmerkenswaardig en significant zijn, teneinde de hoogste volmaaktheid te bereiken, dan Ahmad en Mohammad. |