Wie zijn wij

Moslims die tot de Lahore Ahmadiyya Beweging in de Islam behoren geloven dat er geen god is behalve Allah en dat Mohammed de Boodschapper van Allah is. Zij geloven ook in de uitspraak van de heilige profeet Mohammed (moge vrede en de zegeningen van Allah op hem rusten): "Ik ben de laatste der profeten, na mij komt er geen profeet". Dit houdt in dat zij geloven dat de heilige profeet Mohammed (vzmh) de allerlaatste profeet is die door Allah naar de wereld is gezonden. Na hem kan er geen oude of nieuwe profeet meer verschijnen. De stichter van de Ahmadiyya Beweging in de Islam, Hazrat Mirza Ghulam Ahmad »

Ter nagedachtenis van Muhammad Anwar

Boek Anjam Atham - metaforisch gebruik nabi en rasul

 

Verklaring in boek Anjam Atham over metaforisch
gebruik van de woorden nabi en rasul
 
In zijn boek Anjam Atham, gepubliceerd in januari 1897, schrijft Hazrat Mirza Ghulam Ahmad:
 
“Kan een ellendige bedrieger die aanspraak maakt voor zichzelf op het boodschapperschap en het profeetschap enig geloof hebben in de Heilige Koran? En kan een persoon die gelooft in de Heilige Koran en gelooft dat het vers, ‘Hij is de Boodschapper van Allah en de Khatam-un-nabiyyin’ het woord van God is, zeggen dat ook hij een boodschapper en een profeet is na de Heilige Profeet Mohammed?
 
Insaf-i Talb [het pseudoniem van de vraagsteller] mag niet vergeten dat ik nog nooit, op enig moment, aanspraak heb gemaakt op nubuwwat of risalat [profeetschap of boodschapperschap] in de werkelijke zin. Het gebruik van een woord in een niet-werkelijke betekenis, of het gebruik daarvan tijdens een normale conversatie in zijn brede, stambetekenis, houdt geen ketterij (kufr) in. Maar ik hou er niet van om zelfs zo ver te gaan, want er bestaat de kans dat de gewone moslims het verkeerd kunnen opvatten.
 
Echter, op grond van dat ik aangesteld ben door God, kan ik die openbaringen die ik van Hem heb ontvangen, waarin de woorden nubuwwat en risalat zeer vaak voorkomen, niet verbergen. Maar ik zeg herhaaldelijk, dat in deze openbaringen de woorden mursal, of rasul, of nabi, die met betrekking tot mij voorkomen, niet in de werkelijke zin zijn gebruikt.
 
(Voetnoot van de schrijver: Zulke woorden doen zich niet alleen nu voor, maar zijn al sinds zestien jaar aanwezig geweest in mijn openbaringen, die ik heb gepubliceerd. U zult dus veel van dit soort openbaringen met betrekking tot mij te vinden in het boek Barahin Ahmadiyya)
 
Het werkelijke feit waar ik hoogst plechtig van getuig, is dat onze Heilige Profeet, vrede en zegeningen van Allah zij met hem, de Khatam-ul-Anbiya is, en dat er na hem geen profeet meer kan komen, noch een oude noch een nieuwe. ...
 
Maar men moet niet vergeten dat, zoals we hier hebben uitgelegd, de openbaringen van God soms zulke woorden met betrekking tot sommige van Zijn heiligen in een metaforische en figuurlijke zin bevatten; deze zijn niet bedoeld in werkelijke zin. Dit is de hele controverse die de dwaze, bevooroordeelde mensen in een andere richting hebben getrokken. De naam ‘profeet van God’ voor de Beloofde Messias, die men aantreft in Sahih Muslim, enz. van de gezegende tong van de Heilige Profeet, is in dezelfde metaforische zin bedoeld als waarin het zich voordoet in de soefi-literatuur als een geaccepteerde en normale term voor een ontvanger van Goddelijke communicatie. Anders, hoe kan er een profeet zijn na de Khatam-ul-Anbiya?”
 
Anjam Atham, voetnoot, pagina's 27-28. (De onderlijning is door ons gedaan.)
 
De oorspronkelijke tekst in het Urdu (Ruhani Khaza'in, vol 11, bladzijden 27-28) staat hieronder:
anjam 27 1
anjam 27 2