Wie zijn wij

Moslims die tot de Lahore Ahmadiyya Beweging in de Islam behoren geloven dat er geen god is behalve Allah en dat Mohammed de Boodschapper van Allah is. Zij geloven ook in de uitspraak van de heilige profeet Mohammed (moge vrede en de zegeningen van Allah op hem rusten): "Ik ben de laatste der profeten, na mij komt er geen profeet". Dit houdt in dat zij geloven dat de heilige profeet Mohammed (vzmh) de allerlaatste profeet is die door Allah naar de wereld is gezonden. Na hem kan er geen oude of nieuwe profeet meer verschijnen. De stichter van de Ahmadiyya Beweging in de Islam, Hazrat Mirza Ghulam Ahmad »

Ter nagedachtenis van Muhammad Anwar

Woorden nabi en rasul over mij zijn slechts metaforisch

 

De woorden nabi en rasul over mij zijn slechts metaforisch. Pas op, gebruik ze niet tijdens alledaagse gesprekken!

 
In augustus 1899 schreef Hazrat Mirza Ghulam Ahmad een brief aan een volgeling om een meningsverschil tussen een paar van zijn volgelingen, met betrekking tot het gebruik van de woorden nabi en rasul met betrekking tot hem, te beslechten. Deze brief werd ook op dat moment gepubliceerd in de Ahmadiyya krant Al-Hakam door maulvi Abdul Karim, een prominente Ahmadiyya.
 
Zie hieronder op deze pagina:
1.      Vertaling van de brief van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad.
2.      Urdu tekst van de brief in duidelijke gedrukte vorm.
3.      Scan van de originele pagina uit Al-Hakam.
 

 
Inleiding
 
Ter inleiding van de brief geeft Maulvi Abdul Karim de waarschuwing, dat volgelingen niet moeten overdrijven met betrekking tot de status van de Beloofde Messias:
 
“Er is een zeer belangrijke zaak waarop ik de aandacht van mijn vrienden wil richten. Dat is dat ze altijd de woorden die zij uiten over de Ware Imam, de heilige Hazrat [Mirza Ghulam Ahmad] en de opvattingen die zij over hem koesteren in bedwang moeten houden. ... Niemand mag zijn status overdrijven, of die gebrekkig vinden. Wat heeft het de christenen opgeleverd door Jezus overdreven te prijzen, wat iemand die dit pad volgt verwacht te bereiken? Ik herinner me een keer een van onze vrienden, die zo diep opgegaan was in zijn liefde voor de Imam, dat hij tegen hem zei: ‘Waarom zouden we u niet als superieur beschouwen aan de Shaikhain [Aboe Bakr en Oemar] en dat u dichter staat tot de Heilige Profeet?’ Toen heilige Hazrat dit hoorde, veranderde zijn gezicht van  kleur, en hij raakte buitengewoon geagiteerd en onrustig ... Hij sprak zes uur ... Al die tijd weide hij uit over de lof en de eigenschappen van de Heilige Profeet en zijn liefde en toewijding aan hem, en over de eigenschappen van de Shaikhain. Hij zei: ‘Ik vind voldoende trots in het feit, dat ik een bewonderaar en dienaar van die mensen ben. De bijzondere voortreffelijkheid die God aan hen gaf, zal niemand ooit bereiken. Mohammed, de Boodschapper van Allah, vrede en de zegeningen van Allah zij met hem, kan niet terugkomen op de wereld, zodat niemand dezelfde kans krijgt om hem te dienen zoals de Shaikhain hebben gedaan. …’
 
Tot slot, wanneer we overweldigd worden door emoties van liefde, moeten we altijd onze tongen en harten onder bedwang en onder de regels van de ware Shari’ah houden. ... Hieronder plaats ik een kopie van een brief van de heilige Hazrat [Mirza Ghulam Ahmad], die hij schreef om dit meningsverschil te beslechten. Voordat hij het stuurde, kreeg ik het van hem ten behoeve van onze broeders, en ik heb met opzet de naam en het adres van de persoon tot wie de brief is gericht weggelaten, want het is de inhoud die telt.”

 
Vertaling van de brief van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad.
 
“Mijn geliefde broeder,
 
Assalamu alaikum wa rahmatullah wa barakatuh.
 
De situatie is dat, hoewel ik reeds twintig jaar lang continu Goddelijke openbaringen ontvang, vaak het woord rasul of nabi daarin voorkomt. Zo is er de openbaring: ‘Hij is het Die Zijn boodschapper (rasul) gezonden heeft met leiding en de ware godsdienst,’ en de openbaring: ‘De voorvechter van God in de mantel van de profeten,’ en de openbaring: ‘Een profeet* kwam op de wereld, maar de wereld accepteerde hem niet.’
 
(* Voetnoot van de schrijver: Een andere versie van deze openbaring is: ‘Een waarschuwer (nazir) kwam op de wereld,’ en dit is de versie die geschreven staat in Barahin Ahmadiyya. Om geen problemen te veroorzaken, werd de andere versie [die zegt ‘profeet’] niet gegeven.)
 
Er zijn veel van dergelijke openbaringen waarin het woord nabi of rasul met betrekking tot mezelf is voorgekomen. Echter, een persoon vergist zich wanneer hij denkt, dat met dit profeetschap en boodschapperschap een echt profeetschap en boodschapperschap wordt bedoeld, waardoor zo’n persoon gezag krijgt over de Shari‘ah. In feite wordt met het woord rasul alleen bedoeld ‘een door God gezondene,’ en met het woord nabi wordt alleen bedoeld ‘iemand die profetieën doen,’ na informatie van God te hebben gekregen, of iemand die verborgen zaken onthult.
 
Aangezien deze woorden, die alleen maar metaforisch zijn, voor ophef zorgen in de islam, wat zeer slechte gevolgen heeft, moeten deze termen in onze gemeenschap niet worden gebruikt in gewone en alledaagse taal. Men dient vanuit de grond van zijn hart te geloven, dat het profeetschap is beëindigd met de heilige profeet Mohammed, vrede en de zegeningen van Allah zij met hem, zoals God de Almachtige zegt: ‘Hij is de Boodschapper van Allah en de Khatam-un-nabiyyin.’ Als iemand dit vers ontkent of minderwaardig acht, dan scheidt hij zichzelf in feite van de islam. De persoon die de grenzen overschrijdt in afwijzing bevindt zich in dezelfde gevaarlijke toestand als iemand die, net als de Shiah’s, de grenzen overschrijdt in acceptatie. Men moet weten dat God al Zijn profeetschappen en boodschapperschappen met de Heilige Koran en de Heilige Profeet heeft beëindigd. Ik ben op de wereld gekomen en daar naar toe gestuurd slechts als een dienaar van de religie van de islam, en niet om de islam aan de kant te zetten en een of andere religie te creëren. Men moet zichzelf altijd beschermen tegen de duivel die op de loer ligt, en men moet ware liefde voor de islam hebben, en mag nooit de grootheid van de Heilige Profeet Mohammed vergeten.
 
Ik ben een dienaar van de islam, en dit is de werkelijke reden van mijn komst. De woorden nabi en rasul zijn figuurlijk en metaforisch. Risalat wordt in de Arabische taal gebruikt voor ‘gezonden zijn,’ en nubuwwat is het uiteenzetten van verborgen waarheden en zaken na kennis van God te hebben ontvangen. Dus rekening houdend met een betekenis die tot zoverre gaat, is het niet verwijtbaar om in het hart te geloven in overeenstemming met deze betekenis.
 
Echter, in de terminologie van de islam betekenen nabi en rasul degenen die een geheel nieuwe wet (Shari‘ah) brengen, of degenen die bepaalde aspecten van de vorige wet afschaffen, of degenen die geen volgelingen van een vorige profeet worden genoemd, en een directe band hebben met God zonder daarin geholpen te zijn door een profeet. Daarom moet men waakzaam zijn om te zien, dat het niet in deze zelfde betekenis wordt genomen, want we hebben geen enkel boek behalve de Heilige Koran, en geen enkele religie behalve de islam. Wij geloven dat onze Profeet, vrede en de zegeningen van Allah zij met hem, de laatste van de Profeten (Khatam-ul-Anbiya) is, en dat de Heilige Koran het laatste van de Boeken (Khatam -ul-Kutub) is. Men mag van de religie geen kinderspelletje maken, en we mogen niet vergeten dat ik geen enkele aanspraak maak die in strijd is met een dienaar van de islam te zijn. De persoon die het tegenovergestelde aan mij toeschrijft, creëert verzinsels tegen mij. Wij ontvangen genade en zegeningen via onze Heilige Profeet en wij ontvangen het goede van kennis uit de Koran.
 
Het is dan ook gepast dat niemand iets in zijn hart mag koesteren wat in strijd is met deze instructies, anders zal hij daarvoor aansprakelijk zijn voor God. Als we geen dienaren van de islam zijn, dan is al ons werk vergeefs en verworpen, en zullen we ter verantwoording geroepen worden.”

(Brief van 7 augustus 1899, gepubliceerd in Al-Hakam, vol. iii, nr. 29, 17 augustus 1899. De onderstreping is van ons gedaan.)

 
Hieronder (volgende pagina’s):
 
-         De tekst van de brief in het Urdu in duidelijke gedrukte vorm
-         Scan van de originele pagina uit Al-Hakam: