Wie zijn wij

Moslims die tot de Lahore Ahmadiyya Beweging in de Islam behoren geloven dat er geen god is behalve Allah en dat Mohammed de Boodschapper van Allah is. Zij geloven ook in de uitspraak van de heilige profeet Mohammed (moge vrede en de zegeningen van Allah op hem rusten): "Ik ben de laatste der profeten, na mij komt er geen profeet". Dit houdt in dat zij geloven dat de heilige profeet Mohammed (vzmh) de allerlaatste profeet is die door Allah naar de wereld is gezonden. Na hem kan er geen oude of nieuwe profeet meer verschijnen. De stichter van de Ahmadiyya Beweging in de Islam, Hazrat Mirza Ghulam Ahmad »

Ter nagedachtenis van Muhammad Anwar

Vier kwaliteiten geschonken aan heiligen in de islam

 Vier voortreffelijke deugden aan heiligen geschonken

  
Uit het boek ‘Tiryaq al-Qulub’
 
door hazrat Mirza Ghulam Ahmad 
 
 
[Noot van de redacteur van The Light: Het vers 4:69 van de Heilige Qur'an vertelt ons, dat degenen die Allah en Zijn boodschapper gehoorzamen “met” of “in het gezelschap van” de profeten, de waarheidlievenden (siddiq), de getrouwen (shahid) en de rechtschapenen (salih) zijn. Ondanks het feit dat het zeer zeker niet zegt, dat een Muslim een profeet kan worden door Allah en de Boodschapper te gehoorzamen, halen de Qadiani’s altijd dit vers aan ten gunste van hun verkeerde opvatting dat er profeten kunnen worden opgewekt onder de Muslims. Hieronder geven wij de vertaling van een uitgebreide uitleg van dit vers zoals het door hazrat Mirza Ghulam Ahmad is gegeven. Uit zijn uitleg wordt het absoluut duidelijk dat wat het vers betekent, is dat de heiligen (awliya) onder de Muslims vier soorten deugden verkrijgen, en de deugd die zij verkrijgen van de profeten is het ontvangen van kennis van het ongeziene van God, op de wijze, natuurlijk, waarop heiligen openbaringen ontvangen. Hazrat Mirza heeft herhaaldelijk het woord ‘heilige’ in dit stuk gebruikt, en hij heeft zelfs niet vagelijk gesuggereerd, dat dit vers belooft dat een Muslim een profeet kan worden.]
 
Men dient in gedachten te houden, dat een omvangrijke kennis van ongeziene zaken niet geschonken wordt aan degenen, die geen gezonde relatie hebben met God; en hoewel het voor zo’n persoon mogelijk is een incidentele ware droom of ware visioen te hebben, is echter de noodzakelijke voorwaarde voor heiligheidschap (wilayat) en aanvaarding door God, dat de ongeziene zaken en verborgen dingen in een veel grotere overvloed aan de persoon dienen te worden geopenbaard dan aan enige andere op de wereld, zodat niemand met deze overvloed kan wedijveren. Het is waard om eraan te denken, dat wanneer de Almachtige God, uit Zijn grote gratie, een bepaalde persoon het mantel en de status van heiligheidschap schenkt, Hij hem een duidelijk onderscheid geeft over zijn soortgelijken en tijdgenoten in elke van de vier dingen. En indien een dergelijk onderscheid in iemand wordt aangetroffen, dan wordt het vereist te geloven, waarlijk en zekerlijk, dat hij een van die volmaakte dienaren en verheven heiligen van God is, Die hem zelf heeft gekozen en onder zijn speciale leiding heeft getraind.
 
De vier dingen die de volmaakte heiligen en de mannen van God markeren, zijn vier aan hen geschonken deugden, die dienen als tekenen en mirakels. In elke van deze deugden hebben zij een helder en duidelijk onderscheid boven anderen; in feite bereiken deze vaardigheden de graad van mirakels. Zo’n persoon is als de steen der wijzen, en alleen hij bereikt deze rang, die sinds de eeuwigheid was uitgekozen om de wereld van nut te zijn. De vier deugden, die als vier tekenen of mirakels zijn, en die degene doen onderscheiden die een grote heilige (wali) en een meester en hoofd van de heiligen is, zijn als volgt:
 
Eerste deugd: het ontvangen van openbaringen
 
Ten eerste, de zaken van het ongeziene dienen, na smeekbeden of door andere middelen, aan hem in zo’n overvloed te worden onthuld, en vele profetieën zo duidelijk te worden vervuld, dat geen andere persoon met hem in dit opzicht van overvloed van kwantiteit en toestandsduidelijkheid kan wedijveren. En wat betreft deze overvloed en duidelijkheid dient het niet alleen onwaarschijnlijk, maar onmogelijk te zijn, dat iemand anders een aandeel kan hebben in deze deugden. Dat wil zeggen, het dient geheel onmogelijk te zijn dat iemand anders deze deugden kan evenaren of met deze kan wedijveren in termen van de geheimen van het geopenbaarde ongeziene, aanvaarding van zijn gebeden en voorafgaande tekenen hiervan aan hem, en tekenen en bijstand die in de hemel en op aarde verschijnen. En aan hem dienen, op een miraculeuze en buitengewone wijze, zo’n Goddelijke kennis van het ongeziene, schitterende visioenen en hemelse bijstand worden geschonken, alsof er een gigantische rivier stroomt en een glorieus licht uit de hemel neerdaalt en zich over de aarde verspreidt; en deze dingen dienen het stadium te bereiken, waar zij miraculeus en ongeëvenaard lijken in hun tijd. Deze voortreffelijkheid wordt de voortreffelijkheid van het profeetschap genoemd.
 
Tweede deugd: waarheid
 
De tweede voortreffelijkheid die vereist is als een teken voor de leider der heiligen en hoofd der gereinigden, is het verkrijgen van een hoger begrip en kennis van de Qur'an. Het is nodig eraan te denken, dat er een lagere, een gemiddelde en een hogere onderwijzing van de Qur'an is. De hogere kennis is rijk aan zoveel licht van kennis, dat de lagere of gemiddelde bekwaamheid het onmogelijk kunnen bereiken. Slechts de bezitters van de zuiverste aard, wiens geheel stralende natuur licht naar zichzelf toetrekt, verkrijgen deze waarheden.
 
Aldus is het eerste stadium van sidq (waarheidlievendheid) die zij bereiken, de aversie van wereldlijke zaken en een instinctieve afkeer van wat ijdel is. Nadat deze toestand zich ferm heeft gemanifesteerd, wordt het tweede stadium van sidq bereikt, hetgeen vuur, enthousiasme en het zich wenden tot God kan worden genoemd. En nadat deze toestand zich grondig heeft gevestigd, wordt een derde stadium van sidq bereikt, dat de grootste transformatie kan worden genoemd, een geheel afgesneden zijn, persoonlijke liefde, en de rang van een totale zelfvernietiging in Allah.
 
Nadat dit zich diep heeft geworteld, penetreert de geest van waarheid het menselijke wezen, en alle zuivere waarheden en zaken van kennis van een hogere orde worden aan hem geopenbaard. De meest grondige en diepe kennis van de Qur'an en punten van de shari`ah stijgen op in zijn hart en druipen van zijn lippen. En hem worden zulke geheimen en subtiliteiten van de religie onthuld, die ontoegankelijk zijn voor het intellect van de volgelingen van gewone en conventionele kennis. Dit is omdat hij door God wordt geïnspireerd, en de heilige geest binnen in hem spreekt. Alle neigingen naar valsheid in hem zijn afgesneden, omdat hij leert van de geest, dienovereenkomstig spreekt, en door de geest anderen beïnvloedt.
 
In deze toestand wordt hij siddiq (lett. waarheidlievende) genoemd, omdat de duisternis van valsheid hem helemaal verlaat, en vervangen wordt door zuiverheid en het licht der waarheid. De waarheden en zaken van kennis van een hogere orde die zich in dit stadium door hem manifesteren, zijn een teken van hem. Nadat het ingewerkt is door het licht der waarheid, doet deze heilige onderwijzing de wereld verbazen. De mensen staan versteld van zijn godsdienstige kennis, die afkomstig is van zijn zelfvernietiging in Allah en kennis van de waarheid. Deze deugd wordt de deugd van siddiqiyyah (lett. waarheidlievendheid) genoemd.
 
Men dient in gedachten te houden, dat een siddiq degene is die zowel een complete kennis heeft van Goddelijke waarheden, alsook op volmaakt instinctieve wijze hiernaar handelt. Bijvoorbeeld, hij kent de ware betekenis van zaken als Goddelijke eenheid, gehoorzaamheid aan God, liefde voor God, het zich compleet ontdoen van het aanbidden van anderen dan God; de werkelijke betekenis van devotie aan God, oprechtheid, berouw; en de essentie van morele deugden zoals geduld, vertrouwen in God, op Hem berusten, zelfvernietiging in Hem, waarheidlievendheid, getrouwheid, vergevensgezindheid, bescheidenheid, eerlijkheid, betrouwbaarheid, etc. En afgezien van het bezitten van deze kennis, zijn al deze deugden goed in hem gevestigd.
 
Derde deugd: een getuige van het geloof zijn
 
De derde voortreffelijkheid aan de grote heiligen geschonken, is de rang van shahadah. Met deze rang wordt die positie bedoeld, waarbij de kracht van zijn geloofsovertuiging een mens zo’n geloof in God en in de Dag des Oordeels verschaft, dat het is alsof hij God met zijn eigen ogen ziet. Vervolgens smelten, met de zegening van deze overtuiging, de inspanning en moeite van het doen van rechtschapen daden weg; elk Goddelijk verordend lot verschijnt op zoete wijze als honing voor zijn hart, en elke beproeving wordt door hem als een beloning gezien.
 
Derhalve is een shahid degene die, door de kracht van zijn geloofsovertuiging, God aanschouwt, en als zoute honing geniet van het bitere lot dat door Hem is verordend. Dit is waarom hij shahid wordt genoemd. Deze rang is een teken van de volmaakte gelovige.
 
Vierde deugd: rechtschapenheid
 
Er is ook een vierde rang, die ten volle en compleet wordt verkregen door de volmaakte heiligen en gereinigden: de rang van salihin (lett. de rechtschapenen). Een persoon wordt salih genoemd, wanneer hij innerlijk gereinigd en gezuiverd is geworden van alle slechtheid, en met het verwijderen van deze vuile en smerige zaken bereikt de extase van Goddelijke aanbidding en overdenking de hoogste graad. Want net zoals de smaak van de tong wordt verpest door een lichamelijke ziekte, zo wordt het gevoel van spirituele smaak bedorven door spirituele kwalen; en een persoon die op deze wijze wordt gekweld, voelt geen welbehagen in Goddelijke aanbidding en overdenking, noch heeft hij daarvoor enige enthousiasme, vuur of ijver. Anderzijds is de volmaakte mens niet alleen gereinigd van alle kwade zaken, maar ontwikkelt deze deugd zich zozeer in hem, dat het lijkt als een teken en een mirakel.
 
Deze zijn, in het kort, de vier graden, die men moet proberen te bereiken, hetgeen de plicht is van iedere gelovige. De persoon die deze helemaal ontbeert, ontbeert geloofsovertuiging. Dit is waarom de Glorieuze God in de Surat al-Fatihah (het openingshoofdstuk van de Heilige Qur'an) juist dit gebed voor de Muslims heeft geboden, zodat zij Hem smeken voor al deze deugden. Dit gebed is: “Leid ons op het rechte pad, het pad van degenen aan wie U gunsten heeft geschonken”. Dit vers wordt elders in de Heilige Qur'an [4:69] uitgelegd, waarin wordt duidelijk gemaakt, dat met degenen aan wie God gunsten heeft geschonken, wordt bedoeld de profeten, de siddiq, de shahid en de salih. De volmaakte mens heeft al deze vier deugden in hem gecombineerd.
 
(Tiryaq al-Qulub, p. 246-250)
 
Elders schrijft hazrat Mirza Ghulam Ahmad:
 
“De Heilige Qur'an geeft ons in de Surat al-Fatihah de hoop de gelijkenissen van profeten te worden. God maant ons aan vijf maal per dag tot Hem te bidden en Hem als volgt te smeken: “Leid ons op het rechte pad, het pad van degenen aan wie U gunsten heeft geschonken”, hetgeen betekent, O God, schenk ons de leiding, zodat wij mogen worden als de gelijkenis van Adam, de gelijkenis van Seth, de gelijkenis van Noach, de gelijkenis van Abraham, de gelijkenis van Jezus, en de gelijkenis van de Heilige Profeet Muhammad en Ahmad.” (Izala Auham, p. 257).
 
Het is de gelijkenis van een profeet, en niet een profeet waartoe een Muslim wordt opgedragen te bidden dit te worden in de Surat al-Fatihah. De bewering van de Qadiani’s dat een Muslim hier wordt onderwezen te bidden om een profeet te worden, is helemaal zonder grond.